Posts tonen met het label Kwaliteitszorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kwaliteitszorg. Alle posts tonen

vrijdag 28 november 2008

NU'91 reageert op IGZ rapport

Op de website van NU'91 is hun verklaring aangaande het IGZ rapport over vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM). Over het IGZ rapport blogde ik vorige week

Persoonlijk vind ik het een vrij obscuur stuk, waar ik graag een blogpost aan wil wijden. Mijn indruk is nl. dat NU'91 het rapport alleen gebruikt om het punt van onderbezetting te belichten. Nu kan ik me voorstellen dat dit een erg belangrijk punt is voor een beroepsorganisatie, maar een weinig nuance lijkt me noodzaakelijk. Ik zal proberen mijn reden om dit aan te nemen aan te tonen door stukken uit de verklaring van NU'91 te citeren en hierop te reageren. Vooraf dient nog gezegd te worden dat ik de verklaring van Nu'91 met name vanuit de PG situatie zal bekijken. Ik weet nl. te weinig van de zorg voor verstandelijk gehandicapten. But here it goes:

NU’91 wil vooropstellen dat er weinig verpleegkundigen en verzorgenden zijn die ‘nodeloos knevelen’, zoals de Inspectie dat noemt. De beroepsgroep weet heel goed waar zij mee bezig is.

Dit is om een aantal redenen een vreemde stelling. Ten eerste wordt er alleen ingegaan op het 'knevelen'. En dat is slechts een onderdeel van de VBM waar de IGZ zich op heeft gericht in haar onderzoek en rapport. Ten tweede is het volgens het rapport duidelijk dat deze maatregelen wél teveel worden toegepast, zonder dat het de aangewezen methode is op basis van de situatie. Ook blijkt uit de gegevens uit het onderzoek van de IGZ, dat de beroepsgroep niet 'heel goed' weet waar ze mee bezig is, getuige de beschrijving van de opvattingen van verplegend en verzorgend personeel omtrent VBM die in het rapport zijn te lezen.

De Inspectie beseft blijkbaar niet dat het water de beroepsgroep tot aan de lippen staat. Jacqueline den Engelsman, CAO-onderhandelaar NU’91, zegt: 'De Inspectie heeft boter op haar hoofd!’

Eerlijk gezegd lijkt me dat ook niet de taak van de IGZ. Het is een inspectiedienst. Ze dienen aan te geven wat er goed en fout is aan de zorg als zodanig. Ontegenzeggelijk ben ik de factor 'tijd' niet veel tegengekomen in het IGZ rapport. Maar laten we ook niet voorbijgaan aan de instellingen die de zweedse band al in de ban hebben gedaan. Zijn daar t.g.v. deze verandering enorme tijdsproblemen ontstaan? Nu'91 zou een sterk punt kunnen maken door dergelijke verifiëerbare zaken op te nemen in een verklaring.

NU’91 is van mening dat een dergelijke intentie tien jaar geleden prima afgesproken had kunnen worden. Toen liep er nog één verpleegkundige of verzorgende op drie cliënten, waar dat nu één op acht is. Dat betekent dat in de loop van de jaren de aandacht voor de cliënt noodgedwongen steeds minder is geworden onder druk van bezuinigingen, het nieuwe zorgstelsel en het tekort aan personeel.

Ik ben van mening dat dit een curieus argument is. Als de intentie tien jaar geleden was afgesproken en deze nu nog zou gelden, zou dan de verhouding tussen personeel en cliënten nu anders zijn? M.a.w. de intentie zou nog steeds door een te kleine bezetting moeten worden uitgevoerd! Vind Nu'91 het nu wel of niet mogelijk om met een kleine beroepsgroep VBM terug te dringen? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit overkomt als een contradictie van de bewering dat 'de beroepsgroep heel goed weet waar zij mee bezig is'

Iedereen weet dat mensen die te weinig aandacht krijgen, op de een of andere manier aandacht gaan vragen. Ze worden onrustig en beweeglijk of zelfs boos en agressief. Als een verpleegkundige of verzorgende in haar eentje acht mensen moet verzorgen, is de werkdruk te hoog en zal zij onvoldoende aandacht kunnen geven. Zij zal een keuze moeten maken tussen bijvoorbeeld een val uit een stoel met alle gevolgen van dien, en een vrijheidsbeperkende maatregel. Of een cliënt wordt agressief, je bent alleen en verantwoordelijk voor de veiligheid van de andere cliënten: wat doe je dan?

Ook hier krijg ik niet de indruk dat Nu'91 heel erg rationeel omgaat met het rapport. Er wordt (weer) alleen gekeken naar de verpleegkunde:client verhouding. Het rapport geeft echter ook aan dat de omgeving belangrijk is, zoals muziek en de aanwezigheid van een 'rondgang'. Ook moet Nu'91 het volgende bericht van 'Zorg voor Beter' wellicht eens lezen: Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen De keuze, zoals gesteld door Nu'91 in hun verklaring, lijkt te kort door de bocht.

Natuurlijk horen deze dilemma’s bij het vak, daar is de beroepsgroep voor opgeleid.

Helaas niet altijd voldoende, zo blijkt uit het rapport.

Maar de afgelopen jaren lopen verpleegkundige dagelijks rond met deze dilemma’s en zij kunnen ze met de beperkte middelen (scholing, personeel, geld) die hen worden geboden niet meer oplossen. Hen wordt opgelegd vrijheidbeperkende maatregelen te verminderen, maar tegelijkertijd dragen zij wel de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de cliënten, die ook nadrukkelijk door de Inspectie bij de beroepsgroep is neergelegd.

Wederom lijkt er sprake van interne inconsistentie, hadden we immers net niet gelezen dat 'de beroepsgroep heel goed weet waar ze mee bezig is'? Daarbij heb ik ook niet de indruk gekregen dat de IGZ de verantwoordelijkheid alleen bij de verpleegkundigen neerlegt. Artsen zijn bijvoorbeeld ook erg belangrijk in het geheel. Uit het rapport bleek zelfs dat afspraken over de verantwoordelijkheid voor het beleid duidelijk waren.

De intentie die nu is afgesproken kan alleen maar helpen als het een aanzet geeft tot meer middelen en een creatief proces, waarbij vooral naar de beroepsgroep wordt geluisterd. Als dat niet het geval is, zal de veiligheid op de werkvloer worden geschaad. NU’91 zal ervoor pleiten de verpleegkundige en verzorgende beroepsgroep nadrukkelijk te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor de dilemma’s waar zij dagelijks mee te kampen hebben.

Gelukkig kan de verklaring nog wel een open deur intrappen. Niettemin ben ik het er helemaal mee eens dat het heel belangrijk is de beroepsgroep in het proces te betrekken. Maar wat wordt bedoeld met 'de veiligheid' op de werkvloer? (en waarop baseren ze dat deze zal afnemen?)
De veiligheid van (slecht) gefixeerde cliënten is daarbij ook duidelijk in het gedrang, getuige de doden die zweedse banden hebben veroorzaakt.

woensdag 19 november 2008

In 2011 de zweedse band achter slot en grendel!


Het IGZ rapport 'Zorg voor vrijheid: terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen kán en moet' is gisteren uitgekomen.

Op basis van een onderzoek onder 86 afdelingen (55 PG, 31 verst. geh.) publiceerden zij hun bevindingen. En die zijn niet bepaald altijd mals...
De afdelingen zijn twee maal bezocht, waarvan de eerste keer onaangekondigd. Op basis van een indeling in vijf categorieën werd vervolgens gekeken hoe is stond met het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen:

  • fysieke vrijheidsbeperking
  • Gedragbeïnvloedende medicatie
  • Domotica
  • Individuele afspraken met cliënten
  • Vrijheidsbeperkende maatregelen die alle bewoners treffen (deur op slot etc.)
Nu zou enkel het kijken naar welke en hoeveel van deze maatregelen in de praktijk naar voren komen niet een bijzonder sterk onderzoek hebben opgeleverd. (althans, niet iets dat je van de IGZ zal verwachten), dus het hele plaatje werd onder de loep genomen: het zorgproces, de communicatie, verantwoording, deskundigheid, preventiebeleid, randvoorwaarden voor goede zorg en de accomodaties. De locaties konden op de verschillende onderdelen 'goed', 'matig' of 'slecht' scoren.

Sommige cijfers zijn bepaald schokkend te noemen wat mij betreft, met name voor de PG (waar ik me op zal focussen):

  • Per 100 PG cliënten werden gemiddeld 202 vrijheidsbeperkende maatregelen genomen, waarvan ong. de helft bestond uit fysieke beperking.
  • Bij 28% van de PG locaties werd een 'goed' gescoord op het gebied van deskundigheid van zorgverleners
  • Per 100 cliënten krijgen er gemiddeld 30 medicijnen tegen de onrust, al dan niet verstopt in het eten. (niet toegestaan!)
  • Meer dan de helft van de PG locaties scoort matig op het gebied van preventiebeleid
  • 33% van de PG locaties maakten gebruik van risicotaxaties m.b.t. het gebruik van fixatiemiddelen
  • Op 69% van de PG locaties was regelmatige bijscholing matig of slecht geregeld
Tussen de PG afdelingen is er een flink verschil in de frequentie van toepassing van vrijheidsbeperkende middelen te zien: de 'slechte' instellingen pasten drie keer zo vaak vrijheidsbeperkende maatregelen toe dan de goede. Van de 55 PG afdelingen waren er 4 afdelingen die 6 maal een slecht scoorden en 5 die geen enkele slechte score noteerden.

Wel goed waren over het algemeen: multidisciplinair overleg, openheid over vrijheidsbeperking onder collega's, overleg tussen instellingen, vastleggen van beslissingen rondom fixatie in dossiers, bekendheid van verantwoordelijkheid voor beleid per cliënt.

Het plan is dus om in 2011 de volgende zaken te realiseren:
  • Praktisch totale uitbanning van de onrustband (alleen nog te gebruiken in zéér uitzonderlijke gevallen)
  • Reductie van ander vrijheidsbeperkingen, zoals afzondering en medicatie zijn met ten minste 25%.
  • Vrijheidsbeperkingen met een collectief karakter dienen met 40% terug gebracht te worden.
In hoofdstuk vier van het rapport geven de auteurs overigens een behoorlijke hoeveelheid goede voorbeelden, om bovengenoemde doelstellingen te gaan halen. Enkele opvallende:

Gebruik van een dier-o-theek, plakplastic voor ramen van cliënten die veel naakt rondlopen, gebruik van Swash haircaps (om haren te wassen) en het inrichten van een ruime tuin.

Bij het rapport horen een tweetal andere publicaties, die hieronder ook genoemd worden, inclusief link om deze direct te downloaden.
Rapport Zorg voor vrijheid terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen [293Kb]

Zorg voor vrijheid - overzicht scores en acties van bezochte instellingen [165Kb]

Bijlage 1 - Toetsingskader zorg voor vrijheid [132Kb]

vrijdag 14 november 2008

Handhygiëne inventarisatie

Een beetje saaie titel en een ietwat lange test, maar als je je kennis over handhygiëne wil testen is het een welkom hulpmiddel:

de handhygiëne inventarisatie van New Compliance

New Compliance is een bedrijf dat zich concentreert op verbetering van infectiepreventie en biedt een aantal opmerkelijke producten aan. Het is ook het bedrijf dat in samenwerking met (o.a.) het Canisius Ziekenhuis de campagne 'handhygiëne redt levens' lanceerde, waar ik eerder over heb geblogd.

Veel succes met de test!

vrijdag 10 oktober 2008

Dat gaat zomaar niet! Over het invoeren van richtlijnen.

Nivel heeft weer een fraai stukje literatuuronderzoek afgeleverd:

Factors influencing the implementation of clinical guidelines for health care professionals: A systematic meta-review

Vrij vertaald: Factoren die de implementatie van klinische richtlijnen voor zorgprofessionals beïnvloeden.
In het onderzoek hebben ze willen achterhalen wat succesfactoren (en valkuilen) bij het invoeren van nieuwe richtlijnen zijn. (zoals de nieuwe EADV richtlijn) Een nieuwe richtlijn betekent immers nog geen nieuwe praktijk!
Ze begonnen in 2006 met 885 mogelijk nuttige zoekresultaten in de medische onderzoeksdatabases en dit jaar leveren ze de gegevens van 12 bruikbare meta analyses op in hun onderzoeksverslag. In de gebruikte analyses kwamen factoren aan de orde als: complexiteit van de richtlijnen, co-morbiditeit van patiënten, evidence base van richtlijnen, bij ontwikkeling van richtlijnen betrokken professionals, etc. Deze factoren zouden volgens de geraadpleegde onderzoeken een negatieve impact hebben op de uitvoering

Helaas, er is geen keihard bewijs om die statements hard te maken, aldus Francke et al. De onderzoekers concluderen op basis van hun gegevens dat de evidence base 'thin' is. Veel reviews missen een goede onderzoeksmethode en de methodologisch goede onderzoeken hebben een kleine onderzoekspopulatie. Er is dus niet met een gegronde zekerheid te zeggen wat nu een goede strategie is op basis van bestaande literatuur, en verder onderzoek is nodig. Persoonlijk vind ik de aankondiging op de site van Nivel daarom een beetje al te stellig. Zo reppen ze met geen woord over de mankementen van het gebruikte onderzoeksmateriaal en dat lijkt me toch een matige weergave van de werkelijkheid.

Het is tenslotte ook goed om te weten wat je niet weet en toe te geven dat je het niet weet. Gezien de regen aan richtlijnen zou het echter wel wenselijk zijn verandering aan te brengen in wat we niet weten.

Bron:
Francke, A.L., Smit, M.C., Veer, A.J.E. de & Mistian, P. (2008). Factors influencing the implementation of clinical guidelines for health care professionals: A systematic meta-review. BMC Medical Informatics and Decision Making 2008, 8:38

woensdag 8 oktober 2008

Congresverslag: “Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging” (deel 1)

“Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging”

Zo luidde de titel van het 9e NATIONAAL GERONTOLOGIECONGRES.

Een nationaal congres bedoeld voor onderzoekers, beleidsmakers, politici, ouderen, professionals en anderen werkzaam op het terrein van de gerontologie en geriatrie. Het doel van dit congres was het schetsen van een beeld van de stand van zaken in het brede gerontologische werkveld in ons land. Daarbij gaat het niet alleen om wetenschapsbeoefening en wetenschappelijk onderzoek, maar worden ook de proeftuinen in beeld gebracht waar al die gerontologische kennis in de praktijk wordt toegepast (werken, wonen, welzijn/ vrije tijd en zorg en dienstverlening). Een interessant congres waar enkele verenigingen de nodige accreditatiepunten aan hebben toegezegd.

Dankzij de enorme korting voor studenten was het mogelijk om deze uitdaging bij te kunnen wonen. We zijn dan ook met een groep van 6 studenten (te zien op de afbeelding hiernaast) en onze VGG- projectleidster (helaas niet te zien) afgereisd naar Congrescentrum De Reehorst te Ede.

Aankomend in dit prachtige congrescentrum werden we allereerst overladen met folders, informatie, boeken etc. Uiteraard kregen we ook een badge waar we de hele dag lekker belangrijk mee rond gelopen hebben. Na deze invasie was het tijd voor een kopje koffie/thee en natuurlijk mocht de plak cake niet ontbreken.

Het congres ging van start met de plenaire opening van de dagvoorzitter prof.dr. D.J.H. Deeg van het VU medisch centrum. Gevolgd door de plenaire lezing van Judith Koelemeijer, auteur van ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ en van ‘Anna Boom’. De titel van deze lezing luidde: “Daar praten we niet over. Schrijven over wat liever niet gezegd wordt”. Het was een boeiende lezing over datgene wat ze beschrijft in haar boeken en tegelijkertijd perfect aansluit op het thema van dit congres.

Vervolgens ging de eerste ronde met symposia van start. Hierbij kon je een keuze maken tussen de volgende onderwerpen:
  • Bewegen en ouderen beweegstimulering in de zorg voor ouderen.
  • Consultatiebureaus van ouderen, een nieuwe vorm van preventieve ondersteuning voor ouderen: beleid, praktijk en onderzoek
  • Depressie bij verpleeghuisbewoners: opsporing verzocht!
  • Natuur voor dementerende ouderen
  • Nieuwe generaties van ouderen: De Longitudinal Aging Study Amsterdam
  • Zilveren kracht. Mobiliseren van mensen met levenservaring
  • Mijn voorkeur ging uit naar het tweede onderwerp, betreffende de consultatiebureaus van ouderen. Hierover is in het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie het volgende te lezen:
    Consultatiebureaus voor ouderen, een nieuwe vorm van preventieve ondersteuning voor ouderen: beleid, praktijk en onderzoek

    Schippers, AM Vilans, Utrecht

    Het is pas zeven jaar geleden dat het eerste Consultatiebureau voor Ouderen (CbO’s) werd opgezet. In kort tijd is de belangstelling voor CbO’s sterk toegenomen. In Nederland zijn nu rond de 50 initiatieven. Een CbO is een periodieke vorm van preventieve zorg voorouderen waarbij naar de oudere als geheel gekeken wordt: naar fysieke gezondheid en naar leefstijl, maar ook naar sociaal, emotioneel, psychisch en cognitief functioneren. Het CbO behandelt niet, maar signaleert risico’s, informeert de oudere over gezond en actief ouder worden en wijst ouderen (zo nodig) de weg in het woud van voorzieningen. Het CbO is geen nieuwe voorziening. Het is een functie die door verschillende organisaties kan worden opgepakt en vormgegeven. In dit symposium willen we ingaan op het ontstaan en de werkwijze van CbO’s, op het belang van preventieve zorg bij ouderen en het beleid van de overheid ten aanzien van preventie. Ook presenteren we onderzoek dat op dit terrein verricht is. Wij zien een goede toekomst voor de Consultatiebureaus voor ouderen omdat de politiek aandacht voor preventie hoog op de agenda heeft gezet. Maar ook door de wetgeving die de laatste jaren is ingevoerd: zoals de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) die de eigen verantwoordelijkheid en participatie in de samenleving benadrukt en de herziening van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV). De kansen zijn voorhanden om lokaal te werken aan integratie van gezondheid en welzijn en aan de ontwikkeling van preventieve zorg die zich richt op ouderen.

    Bron:
    Schipper, A.M. (2008). Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, jaargang 39, september 2008
    Het opvallende bij het symposium over Consultatiebureau voor Ouderen (CbO’s) was dat de discussie die hierop volgde al snel over ging op het onderwerp ‘casemanagement’. Een CbO is een van de meest laagdrempelige manieren tot zorg (staat als het ware tussen niets en de eerstelijns gezondheidszorg in). Dit maakt het een middel tot het verwerven van kennis en gedrag met betrekking tot een gezonde leefstijl toegankelijke te maken voor alle ouderen, zowel kansarme als kansrijke ouderen. Hierdoor kunnen vele gezondheidsrisico’s gesignaleerd worden wat leidt tot gezondheidsadviezen. Aangezien de verpleegkundige op het CbO als spin in het web fungeert en de weg weet met betrekking tot zorg (kennis van sociale kaart) binnen de regio, heeft het al snel enkele kenmerken van een casemanager. In de presentatie die later deze dag volgde over casemangement kwamen ze hier op terug door aan te geven op zoek te zijn naar de optimale organisatie van waaruit de casemanager te werk gaat. Naast de thuiszorgorganisatie, het verpleeghuis of de bij huisarts zal mogelijk een CbO hiervoor in aanmerking kunnen komen. Meer informatie over dit onderwerp en één van de presentaties is te vinden op www.vilans.nl en www.kenniscentrum-ouderen.nl.

    Na een korte pauze was het tijd voor de tweede ronde symposia:
  • Overgewicht bij ouderen
  • Zorg op afstand
  • Kwetsbare ouderen: concept, identificatie, herstel en interventies.
  • Het levenslange belang van sociale relaties en andere sociale hulpbronnen voor het welbevinden van ouderen.
  • Ondersteuning van mantelzorgers van verzorgenden van mensen met dementie
  • Handvatten voor preventie van valincidenten en angst om te vallen
  • Maar daar lees je morgen meer over in deel 2 van de ervaringen van Wendy op het congres!

    zaterdag 20 september 2008

    Lustrumcongres dr. van Hoytemastichting: de ochtend

    Gisteren heb ik deelgenomen aan het lustrumcongres van de dr. G.J. van Hoytema stichting. Het veertigjarig bestaan moest natuurlijk gevierd worden en omdat te realiseren hebben ze een, naar mijn idee, leuke en zeer leerzame dag opgezet met als thema:

    Veroudering, vernieuwing en technologie

    Ik moest even wennen aan de hoeveelheid maatpakken, een handvol aardappels in kelen en het aanspreken van dat deel van mijn vocabulaire dat ik meestal probeer thuis te laten, maar eenmaal opweg was het smullen geblazen!

    De dag werd geopend door Dick Berlijn, die gevraagd was om de dag voor te zitten. Na een praatje over de gevaren die bij de enorme geldverkwanseling die de koude oorlog heette aan het licht kwamen (op 10 meter hoogte met 1000 km/h per uur vliegen), het belang van techniek en last but not least het belang van de invoering van briefings, was het de beurt aan een hartchirurg (prof. dr. mr. dr. BAJM de Mol) en een klinisch fysicus (ir. MDJ Lansbergen), om over de gevolgen van technologische vooruitgang te spreken in hun lezing: 'Zorg voor veiligheid in de zorg'. Wat is nu belangrijker? De techniek? Of de organisatie er om heen? Hoe creëren we veiligheid met en voor nieuwe technieken? Want: technologie wordt sneller oud. Maar technologie is ook overal om ons heen. En ook steeds meer om oudere mensen heen. Moeten we daar nog voorzichtiger mee zijn? In een zeer vlot samenspel wisten de twee heren boeiend te vertellen.

    Prof. dr. van der Meijden was de tweede spreker. Ik heb de beste man een keer eerder zien spreken, tijdens een HKZ bijeenkomst van mijn vorige werkgever. Voor degenen die niet zo 1,2,3 weten wie van der Meijden is: hij heeft het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima ingezegd in de kerk. En hij was, zoals altijd, weer bijzonder vermakelijk en vitaal. Ook in z'n tachtigste levensjaar! De mooie en minder mooie kanten aan het ouder worden werden op bijzonder humoristische en erudiete manier besproken in zijn lezing 'het imago van de Veroudering'.

    Voor de viering van het lustrum werd de ochtend afgesloten met een boekpresentatie. Dr. Quak heeft nl. een boekje geschreven over dr. G.J. van Hoytema, neuroloog en de oprichter van de stichting veertig jaar geleden. Van Hoytema was een chirurg die de ontwikkeling van techniek in de medische wetenschap een zaak van bijzonder hoog belang vond en zelfs nog heeft gelobby'd om Enschede te voorzien van een geneeskundige faculteit. Helaas voor Enschede werd dat destijds Maastricht. De oudste zoon van de al overleden neuroloog nam het boekje graag in ontvangst.

    De ochtend werd afgesloten met een uitgebreide lunch, waar het zoals gewoonlijk altijd bijzonder makkelijk is als vegetariër om een keuze te maken voor je maaltijd. Niettemin ook weer van hoogstaande kwaliteit.

    De middag volgt later!

    woensdag 17 september 2008

    Het recht om waardig te sterven

    Een tijd geleden heb ik, in navolging van het lezen van 'lessen voor levenden; gesprekken met stervenden' van Elisabeth Kübler-Ross het boek 'Het recht om waardig te sterven' van David Kessler gekocht. Gisteren heb ik het weer van de plank gepakt. Kessler was een student van Kübler-Ross en draagt haar werk verder. In zijn werk als huisarts is Kessler zeer regelmatig in aanraking gekomen met stervende mensen. Hierbij stuitte hij op allerlei vooroordelen en misconcepties over de dood en het sterven. Om mensen te leren met het sterven om te gaan heeft hij een aantal rechten van stervenden uiteengezet:
    1. Het recht om als een levend mens behandeld te worden.

    2. Het recht om de hoop niet te verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

    3. Het recht om verzorgd te worden door mensen die de hoop niet verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

    4. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over de dood.

    5. Het recht om betrokken te worden bij elke beslissing over je behandeling en verzorging.

    6. Het recht om verzorgd te worden door belangstellende, gevoelige, kundige mensen die proberen te begrijpen waar je behoefte aan hebt.

    7. Het recht op medische behandeling, ook wanneer het doel niet langer genezing is maar bestrijding van ongemak

    8. Het recht om op elke vraag een eerlijk en volledig antwoord te krijgen

    9. Het recht om te zoeken naar spiritualiteit

    10. Het recht om vrij te zijn van lichamelijke pijn

    11. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over pijn

    12. Het recht om kinderen bij de dood te betrekken

    13. Het recht om het stervensproces te begrijpen

    14. Het recht om te sterven

    15. Het recht om rustig en waardig te sterven

    16. Het recht om niet alleen te sterven

    17. Het recht om te verwachten dat het lichaam als tempel van de ziel ook na de dood gerespecteerd wordt
    Binnenkort zal ik op het blog een bespreking van het boek posten. Ik wil deze blogpost graag afsluiten met een citaat van Kübler-Ross, dat te vinden is aan het eind van hoofdstuk 1. Na een herseninfarct en een heupfractuur is zij zelf beland in het stadium waar ze haar werkende leven aan heeft gegeven; 'het laatste stadium van innerlijke groei'. Kessler komt bij haar op bezoek en stelt haar de vraag of ze advies heeft bij het schrijven van zijn boek over de rechten van stervenden. Haar antwoord:
    "Als we ons maar zouden realiseren dat we levende mensen goed moeten behandelen, zouden we niet stil hoeven staan bij de rechten van stervende mensen"
    Bron:
    Kessler, David (1998): Het recht om waardig te sterven. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes

    vrijdag 5 september 2008

    kiesbeter.nl

    In de 'zusterspost' van mijn stageplek kwam ik een uitgeknipt krantenartikeltje tegen: 'Prestaties van 1200 tehuizen op internet'. Er stond niet op uit welke krant het knipsel kwam, maar via google kunnen we er meer over lezen, bijvoorbeeld op de site van MEE Zuidoost Brabant. In ieder geval gaat het over de site http://www.kiesbeter.nl/algemeen/zorgverleners/, waarop het mogelijk is om de voorzieningen, kwaliteitskeurmerken, waardering van cliënten en het voorkomen van zorgproblemen van verschillende verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties te vergelijken. Overigens is hetzelfde mogelijk met bijvoorbeeld apotheken, huisartsen en verloskundigen.
    Als we de ZZP'er in de zorg Lex Tabak mogen geloven, is transparantie in de zorg van het hoogste belang, dus wat dat betreft lijkt de site een goed initiatief in een zorgmarkt!

    Ik heb natuurlijk direct even het een en ander uitgezocht en ontdekt dat de informatie nog niet helemaal up-to-date lijkt te zijn. Zo heeft mijn stageplek wel een HKZ en IIP keurmerk, maar dit kan ik niet terugvinden op de site. Ook zijn er een aantal instelling/plekken waarover geen inhoudelijke informatie is te vinden. Ik neem aan dat dergelijke hiaten mettertijd gevuld zullen worden, als de site aanslaat.

    zondag 31 augustus 2008

    Papierwinkel heeft geen cliëntentijd in de aanbieding. Of toch?

    Zeshonderdzestig mensen stemden er tussen opening en sluiting van de poll op TVV online over de administratieve lasten die de men te verduren krijgt in de thuiszorg. Veelal heeft in het oordeel van de deelnemers (en enkele reacties op het artikel erover op TVVonline) de tijd voor de cliënt te lijden onder de papierwinkel.

    Waarom merk ik hier zo weinig van? Waarom kan ik werken en stagelopen bij een instelling die financiëel niet in de put zit en waar behoorlijk ruim tijd gemaakt kan worden om, ik zeg maar wat, met de cliënten naar de markt te gaan (1 op 1 begeleiding). Natuurlijk, de beslissing van het CIZ om alleen op basis van een psychiatrische aandoening nog te indiceren onder de functie OB-Algemeen, gooit roet in een goede maaltijd, maar het is dus wel mogelijk!
    Maar ook stagelopen in een instelling voor onder meer verpleging en verzorging die tot de (desastreuze?) gevolgen van de nieuwe zorg CAO (waarin stagiaires riant worden betaald) ook ruimte en durf vond om te investeren in vernieuwend onderwijs op het gebied van de ouderenzorg? (Hint: dat is het VGG project)

    Of is een goede manager z'n geld toch waard, ook meer dan de Balkenende norm? Ik denk eigenlijk van wel.

    donderdag 3 juli 2008

    Multidisciplinaire Mondzorg

    In 2007 heeft de NVVA, de beroepsvereniging van verpleeghuisartsen en sociaal geriaters, de richtlijn 'Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen' uitgebracht. De richtlijn bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Om de hoofdpublicatie te openen: klik op de afbeelding aan de linkerzijde.

    Een van de interessante dingen aan deze richtlijn is dat ze in beginsel al multidisciplinair is, maar dat er daarnaast extra aandacht is voor de rol van verzorgenden en verpleegkundigen in de vorm van een aparte brochure:

    (Klik op de afbeelding om de brochure te openen)
    In de publicaties, die bedoeld zijn voor de mondzorg van verpleeghuisbewoners, is onder andere aandacht voor de oorzaken en gevolgen van slechte mondzorg, mondzorg op cliëntniveau, en de samenwerking tussen de verschillende discplines. In de richtlijn is aan het einde van ieder hoofdstuk een overzicht van conclusies, inclusief de aanbevelingen en de kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs.
    De overzichtskaart geeft een overzicht van aandachtspunten voor mondzorg van zowel 'dentate' als 'adentate' cliënten.

    In de bijlagen zijn een begrippenlijst, allerhande (anamnese)formulieren en een samenvatting van de proefimplementatie 'mondzorg bij zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen' (uitgevoerd bij tien verpleeghuizen) te vinden

    zie ook:
    Handboek Integrale Mondzorg (Sigra 2006)

    Mondzorg bij ouderen. Een verslag dat we als VGG projectgroep hebben gemaakt

    zaterdag 28 juni 2008

    Een ethische blik op 'Verzorgend Wassen'.

    Bij het maken van VGG Krant 3 kwam ik het Tijdschrift voor Verpleegkundigen een artikel tegen getiteld 'Verzorgend Wassen'. Ik had wel gehoord van een kleine hype over deze mogelijke innovatie. Het is geschreven door dr. Michel Jansen, die o.a. docent ethiek en filosofie aan masteropleidingen Verpleegkunde is.

    Zorg voor Beter stelt het artikel beschikbaar via hun website.

    Om te beginnen is dit een interessant artikel vanwege het feit dat het ons laat nadenken (dat hoop ik tenminste) over de implicaties van het wassen van een client. Jansen houdt hierbij in zijn artikel een sterk clientgerichte visie aan naar mijn idee.

    Daarnaast is het een gefundeerde kijk op het begrip 'innovatie' en 'kwaliteit van zorg'. Ik denk dat Jansen en Zorg voor Beter (dat een grote impuls aan het wassen zonder water wil geven middels hun project 'verzorgend wassen') op bepaalde punten lijnrecht tegenover elkaar staan.

    Intentie
    In de intentie van een handeling zien we de wil die er achter zit en het beoogde doel. Het is de deontologische Kant van de kwestie. Op dit gebied kunnen we van de kant van Zorg voor Beter het volgende lezen:
    "De langdurende zorg in Nederland staat de komende decennia voor de uitdaging voldoende goede zorg te blijven leveren. Het aantal zorgvragers neemt immers toe en het aantal zorgverleners stijgt niet. Door nu slimmer en efficiënter te werken kunnen zorgorganisaties ook in de toekomst blijven voldoen aan de stijgende zorgvraag."

    De techniek van verzorgend wassen is het middel om het doel van voldoen aan de stijgende zorgvraag te behalen. Het kost minder tijd en dat levert dan weer de mogelijkheid om die tijd aan andere zaken te besteden, zoals een gesprek met de client. Ook geven ze aan dat het een verlichting van belasting betekent en decubitus en smetten vermindert. (zonder hierbij overigens bronnen te melden). Ze stellen dat het vaak gezien wordt als een revolutionaire innovatie. Jansen wil deze huid echter niet verkopen voordat de beer geschoten is:
    "Technisch gezien is WZW (wassen zonder water, red.) zeker innovatief te noemen. Het voorkomt overbelasting van de zorgverlener. Ook de te verwachten gezondheidswinst voor patiënt en verzorger (huidconditie en bescherming tegen gevaarlijke stoffen) lijkt me reëel. Maar levert het ook innovatieve zórg op? Daarvoor zou dit project moeten leiden tot een andere bejegening, tot een andere zorghouding, tot een andere en betere positie van de patiënt in het zorgproces."

    En hierin schuilt een heel andere intentie naar mijn idee, waarbij de positie van de client een heet hangijzer is. We vinden echter geen duidelijke aanwijzingen dat Wassen zonder Water op de door Jansen genoemde punten ook daadwerkelijk 'revolutionair' is. Gepaste terughoudendheid lijkt geboden.

    Handeling
    Het verzorgend wassen biedt als handeling een aantal voordelen, waarbij de reductie in tijd als meest in het oog springend wordt genoemd, door meerdere bronnen. Een onderzoek naar wassen zonder water door Zweerts in 2004 (waarvan ikzelf geen exemplaar heb, of kan vinden) geeft aan dat er zo'n 40% minder tijd nodig is voor een wasbeurt m.b.v. de techniek. (van de Poel, 2005) Ook blijkt de handeling zelf minder belasting op te leveren voor de zorgverleners. (Knibbe et al, 2005)

    Maar waar is de client? De handeling van het wassen is volgens Jansen in ieder geval niet iets waar we lichtvoetig over moeten denken:
    "Ten eerste treed je als vreemde binnen in de intimiteit van iemands lichaam. Als je je dat niet bewust bent of daarin grof te werk gaat, kan wassen zelfs lijken op een vorm van verkrachting. Ten tweede moet je het durven om de hygiënische verzorging af te stemmen op de behoeften en gewoonten van een patiënt en niet op zogenoemde algemeen geldende normen voor hygiëne."

    In deze gedachte is het wassen een uiterst gevoelige situatie, die de gemiddelde helpende, verzorgende of verpleegkundige vele malen zal meemaken. Als in de praktijk blijkt dat de handeling van verzorgend wassen voornamelijk invloed heeft op de tijd die het wassen kost vraag ik me inderdaad af of verzorgend wassen zomaar kan worden gezien als een revolutionaire innovatie. Ook de informatie die Zorg voor Beter op haar website biedt lijkt niet aan te geven dat er een grote ommezwaai in plaatsvindt op de door Jansen genoemde punten.

    Gevolgen
    De gevolgen van (het invoeren van) zerzorgend wassen zijn divers. Ik noemde al de gemelde invloed op bijvoorbeeld decubitus. Het rapport van Locomotion over Wassen zonder Water Meldt overigens niet dat dit zonder meer gesteld kan worden. Wel geven ze aan dat er in de literatuur wordt vermeld dat de kans op kruisbesmetting en weerstand en spanning tijdens het wassen verlagen.
    Een ander gevolg is de reductie in tijd, kosten en materieel. Op de website van Nursing lezen we het commentaar van een enthousiaste manager van Ziekenhuis Amstelland dat sinds 1 februari al zijn patienten wast volgens de revolutionaire innovatie:
    "Als we de kosten echt op een rijtje zetten, dan zien we een besparing van € 3,71. per patiënt."

    Helaas zijn de resultaten van de bij innovatie in het oog springende, clientgerichte aspecten minder precies te vinden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er bij de gevolgen van het verzorgend wassen vooral naar de managementkant van de zaak wordt gekeken. De aspecten die de client direct raken, zoals verlaging van de kans op kruisbesmetting t.o.v. het 'waskomwassen', is naar mijn idee niet of minder op de thuiszorg van toepassing en het is maar de vraag of de gerealiseerde tijdswinst ook daadwerkelijk ten goede komt van de client. Tijd alleen geeft geen garantie voor kwaliteitszorg, aldus Jansen.
    De potentie die aanwezig is in het bevorderen van de hygiene als gevolg van het afschaffen van het waskomwassen lijkt me niet misselijk. (maar dit tegenargument voor waskomwassen is niet direct een argument voor verzorgend wassen mijns inziens)
    Aangezien de gevolgen van het invoeren van verzorgend wassen als behoorlijk omvangrijk worden bestempeld, lijkt het me wenselijk dat de invloed op de client en diens autonomie goed bestudeerd wordt.

    Situatie
    Het is druk in de zorg! Dat is duidelijk. En de aanlokkelijkheid van de tijdswinst bij verzorgend wassen is dan ook groot. De vraag is naar mijn idee echter of het hierbij dan niet gaat draaien om symptoombestrijding; zijn er geen andere, minder ingrijpende manieren om hygiene te bevorderen?
    Met betrekking tot de ontwikkeling van het beroep van verpleegkundige denk ik dat de situatie van 'de wasbeurt' een gebied is waarop de verpleegkunde zich (sterk) kan profileren. Het 'menszijn' ligt bij een wasbeurt vaak letterlijk en figuurlijk bloot en bevordering van dit menszijn door verpleegkundig handelen is zeer fundamenteel in de verpleegkundige ethiek. (van der Arend, Gastmans, 2002) De ogenschijnlijk zo 'gewone' handeling van het wassen van een client is een bijzonder boeiend en belangrijk aspect in het verhogen van de menswaardigheid door verpleegkundig handelen en het raakt in veel opzicht de kern van het beroep, wanneer we iemand wassen. Deze aspecten worden echter niet, of te weinig aangesneden in de geboden informatie van Zorg voor Beter.

    Concluderend denk ik dat het verzorgend wassen potentie heeft, al zullen we de ethische kant van de zaak absoluut niet uit het oog mogen verliezen omwille van de heilige graal van tijdswinst.
    Het aspect van de vermindering van belasting van zorgverleners is iets dat wel weer zeer spreekt voor een duidelijke kijk op het verzorgend wassen en de mogelijkheden ervan zoveel mogelijk te benutten. Maar laten we vooralsnog niet als een bok op de haverkist springen.

    Bronnen:
    Arend A van der, Gastmans C. (2002) Ethisch zorg verlenen; handboek voor de verpleegkundige beroepen. Baarn: HB Uitgevers

    Jansen M (2008): Verzorgend wassen. TvZ Tijdschrift voor Verpleegkundigen nr. 4 2008 pag. 24-25

    Knibbe H, Geuze L, Knibbe N. (2005): Ergonomische Aspecten van Wassen-zonder-Water voor Zorgverleners. Bennekom: LOCOmotion

    Poel P van de (2005): Waskom verleden tijd? Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie jaargang 24, nummer 4, augustus 2005

    Zweerts B (2004): Weg met de waskom. Nursing nr. 2, 2004

    zondag 22 juni 2008

    de Waakdoos

    Het is alweer een tijdje geleden dat ik samen met mijn groepsgenoten een door Carint georganiseerde middag met lezingen omtrent zorg voor terminale cliënten mocht bijwonen. Gisteren vond ik echter bij het uitruimen van m'n portemonnaie het adreskaartje terug van een van de stands die daar aanwezig waren: http://www.waakdoos.nl/. Alleen al gezien de elegante eenvoud van de waakdoos wilde ik er een bericht over posten.

    De waakdoos is een doos waarvan de inhoud afgestemd kan worden op de specifieke situatie van het overlijden. (Voor een stervende baby zal deze anders zijn dan iemand va 95 jaar) Men denke aan CD's met muziek, kaarsjes, gedichten etc.

    Een bekroond product, dat ontworpen is om het waken bij de stervende te ondersteunen. Ina Elbert en Trees Broekkamp, beiden werkzaam in de psychogeriatrie en de masterminds achter het idee, bieden ook persoonlijke voorlichting aan over hun waakdoos. Kijk op de website voor meer informatie en contactgegevens.

    Denk er ook eens aan als het gaat om stervenden op je eigen afdeling! Ik heb al een informatie e-mail gestuurd.

    zondag 15 juni 2008

    ZonMw presents!

    ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie presenteerde op 2 juni jl. haar jaarverslag 2007 getiteld 'Unlimited Minds; Sience Faction' met daarin een opsomming en beschrijving van de verschillende projecten die ZonMw heeft gestimuleerd en gefinancieerd, zoals 'Succesvol Ouder Worden' (SOW), waarin de autonomie en zelfredzaamheid van ouderen centraal stond.

    Via de website doet ZonMw dit op een prachtig vormgegeven manier met, zoals ze zelf zeggen, een knipoog naar de filmwereld.

    In de veel soberder vormgegeven bijlage 'Programmarapportages' is een uitgebreide weergave van de verschillende projecten en bijbehorende subsidies te vinden.

    zaterdag 14 juni 2008

    Kwaliteit: het zit soms in kleine dingen

    Zoals druppels. Oogdruppels om precies te zijn.

    Het Oogziekenhuis Rotterdam heeft een aparte website met informatie over het toedienen van oogdruppels, waarbij er rekening is gehouden met de verschillen aan informatiebehoefte tussen patiënten, mantelzorgers en professionals. Voor de verschillende groepen zijn 'oogdruppelwaaiers' ontwikkeld, waarop kort en bondig en met behulp van illustraties de verschillende aandachtspunten worden weergegeven.

    Achter een druppeltje zit meer dan er in het eerste oog lijkt te zitten, zo blijkt uit het door ZonMw gesubsidieerde project van het oogziekenhuis.
    Op de website is informatie beschikbaar over onder meer de anatomie en fysiologie van het oog, het hygiënisch omgaan met oogdruppels, bijwerkingen, het gebruik van oogzalf en gebruik van oogdruppels in combinatie met contactlenzen.
    Opvallend detail is dat een deel van de informatie in gesproken vorm gedownload kan worden, zoals 'Oogdruppelen, doet u het wel goed?'. Het is duidelijk een computerprogramma dat een tekstbestand voorleest (met een ietwat vreemd klinkend geheel), maar het is een goede stap naar informatie die voor ouderen beter toegankelijk is! De MP3 zou bijvoorbeeld op een CD kunnen worden gezet door een hulpverlener of een mantelzorger, als een cliënt er zelf niet toe in staat is om de website te bezoeken.

    De site biedt de professional een behoorlijke hoeveelheid informatie en achtergronden, waaronder een redelijk uitgebreide literatuur- en bronnenlijst. Het onderzoeksrapport van Locomotion (in opdracht van ZonMw) is lovend over het resultaat van de oogwaaier die het oogziekenhuis heeft ontwikkeld.

    Het meest opvallende dat ik tegen ben gekomen in de instructies is het dichtdrukken van de traanbuis na het toedienen van de druppels. Daar had ik persoonlijk nog nooit van gehoord. Andere manieren van onderwijs biedt het oogziekenhuis aan in de vorm van de training 'oogdruppelen en oogdruppel hulpmiddelen', die voor 95 euro te volgen is.

    zaterdag 7 juni 2008

    Fusies: niet slecht voor de kwaliteit van zorg

    Ik ben al tijden benieuwd naar de uitkomst van een dergelijk onderzoek, maar had nog niet de moeite genomen om er naar op zoek te gaan: wat doen fusies nu met de kwaliteit van zorg? Het blijkt dat de leden van Tweede Kamer met eenzelfde soort vraag zaten, aangezien ze de RVZ om advies gevraagd hebben omtrent de fusies in de zorgsector.

    Op het moment bevind ik me voor de tweede keer in een fuserende organisatie en het is een heidens karwei, dat fuseren. Maar volgens de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg kunnen we weer rustig ademhalen:
    "De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) heeft geen aanwijzingen gevonden dat fusies in de zorg schadelijk zijn voor de bereikbaarheid en kwaliteit van de zorg. Dit in tegenstelling tot de signalen van de Tweede Kamer."
    en even verderop:

    "De kwaliteit van de zorg is soms juist gediend met schaalvergroting."
    De heisa die in de Tweede Kamer is ontstaan rondom de fusies blijkt dus ongegrond, evenals het idee om een fusieverbod mogelijk te maken. De kartelwaakhond Nma en de Nza zijn in staat om toe te zien op de fusies, waarbij de positie van de Nza versterkt dient te worden.

    Schaalvergroting blijkt ook de middelen te scheppen die kleinschaliger werken mogelijk maken, aldus de RVZ. Dat klinkt bijna paradoxaal, maar ik kan me er wel wat bij indenken. Ik vraag me wel eens af wat dergelijke constructies doen met de afstand tussen 'het management' en de zorgverleners 'op de werkvloer'.

    Lees het advies 'Schaal en Zorg', of een van de andere publicaties van het RVZ over dit onderwerp

    UPDATE! Lex, oprichter van het blog http://thuiszorg-blog.blogspot.com plaatst een goed uitgewerkte kanttekening bij het rapport van de RVZ. Hij legt de vinger op een aantal zere plekken in het rapport, waaronder de ontoereikendheid van de inhoud van het rapport met betrekking tot de situatie op de thuiszorgmarkt.

    woensdag 28 mei 2008

    Steun de steunkous!


    Steunkousen kom je nogal eens tegen in de (thuis)zorg. Een paar honderdduizend mensen in Nederland draagt ze, waarvan het merendeel vrouwen. Soms zijn het redelijk los zittende steunkousen (waarvan ik me dan soms afvraag welk nut ze nog dienen) en soms zijn het beenhoge 'vlakbrei kousen', die je het zweet op de rug kunnen bezorgen. Maar dat hoeft niet! Ikzelf ben nogal een fan van aan- en uittrekhulpmiddelen, die mijns inziens een promotie verdienen. Dus ik besloot eens wat rond te neuzen op internet. En dat was vrij simpel! De stichting Fonds voor Arbeidsmarktbeleid en Opleidingen Thuiszorg (FAOT) stelt een behoorlijk overzicht aan producten beschikbaar op de site http://www.faot.nl/.

    Er is een protocol (2005) beschikbaar, evenals een aantal instructiekaarten en een onderzoeksverslag over de lichamelijke belasting bij het aan- en uittrekken van steunkousen.

    Om het (team)management te overtuigen van je goede bedoelingen is er zelfs een implementatieplan beschikbaar!

    Het is toch altijd weer frappant om te zien hoeveel theorie er achter schijnbaar zeer normale hulpmiddelen als steunkousen schuilgaat. Steunkousen kunnen zeer praktische hulpmiddelen zijn, mits ze goed gebruikt worden. Als (student) helpende, verzorgende of verpleegkundige kan je het je daarbij (waarschijnlijk) een stuk makkelijker maken. Dus: aan die handschoenen (werkt echt goed!), haal die 'blauwe nylon zakken' uit het stof en help de zorgvrager naar meer zelfstandigheid met een 'aantrekrek'!

    p.s. ga eens na hoeveel van de in de FAOT richtlijnen genoemde regels jezelf naleeft. En op je afdeling/binnen de instelling? Liggen er kansen voor kwaliteitsverbetering?

    zaterdag 17 mei 2008

    Fixeer de fixatie...

    In de Nederlandse gezondheidszorg is de laatste tijd het nodige gaande geweest rondom de de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Op 25 mei 2007 is het rapport van de derde evaluatie van de wet gepubliceerd en daaruit bleek dat de wet ondanks aanpassingen naar aanleiding van eerdere evaluaties niet de gewenste effecten had. Op 12 februari 2008 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wijziging in de wet. Het gaat hierbij o.a. om de mogelijkheid tot gedwongen opname. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

    Over sterftegevallen als gevolg van fixatie, dat ook onder de wet BOPZ valt, wel. Het AD brengt op 14 mei jl. een artikel uit over twee sterfgevallen die toe te schrijven zijn aan het (foutief?) gebruik van fixatiemiddelen. Na een operatie zijn de slachtoffers gefixeerd, met goedkeuring van de familie. Helaas werd hen dit beiden kort na elkaar noodlottig.

    Het LEVV biedt in op hun website de SOTA studie aan. Hierin is in hoofdstuk 4 een literatuurstudie te vinden naar fixatuemiddelen, waaruit blijkt dat er volgens de SOTA onderzoekers geen evidence base bestaat voor fixatiemiddelen, als het gaat om vergroting van de veiligheid van de patiënten.

    In het Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde kunnen we online over een beschrijvend onderzoek lezen in 'Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden'. Hierin wordt beschreven hoevaak verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen in aanraking komen met vrijheidsbeperkende middelen (waaronder fixatie valt), welke interventies zij als vrijheidsbeperkend zien, wat zij als redenen hiertoe zien en of ze bekend zijn met de BOPZ. Er zijn hierbij siginificante verschillen tussen de verpleeg- en verzorgingshuisverzorgenden gevonden, waaronder het toepassen van vrijheidsbeperking. Niet alle uitkomsten zijn geruststellend...

    Dat middelen en maatregelen niet altijd nodig zijn valt te lezen in: Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Bij de zorggroep heeft een zes maanden durend onderzoek naar de gevolgen van een non-fixatie beleid op een PG afdeling plaatsgevonden;

    • Bewoners vielen vaker dan uit de literatuur verwacht kan worden ( 135x per half jaar tegenover gemiddeld 100 keer volgens de literatuur).
    • De frequente vallers liepen daarbij geen ernstig letsel op
    • De bewoners die de ander valincidenten veroorzaakten vielen slechts een enkele keer
    • Ernstig letsel kwam veel minder vaak voor dan op basis van de literatuur verwacht mag worden: namelijk 1 geval op 135 valincidenten i.p.v. 3-12 botbreuken (volgens de cijfers uit de literatuur bij 135 valincidenten).
    • De gebruikersgroepen zijn erg tevreden over het non-fixatie beleid.
    bronnen:

    http://www.minvws.nl/dossiers/bopz/default.asp

    http://www.minvws.nl/images/ra-bopz_tcm19-147653.pdf

    Geenen van R (2008): Vastgebonden patiënten dood. Algemeen Dagblad 14 mei 2007 (http://www.ad.nl/binnenland/2291710/Vastgebonden_patinten_dood.html)

    Jongerden, I., Heijnen-Kaales, Y. (2003) State-of-the-Art Studie Verpleging en Verzorging. LEVV, Utrecht (http://www.levv.nl/index.php?id=488)

    Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Zorgvoorbeter.nl 25 maart 2006 (http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/valpreventie/voorbeelden/het-non-fixatiebeleid-zorggroep-almere-polderburen/)

    Veer de AJE, Francke AL, Kruif de A: (2007): 'Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden. Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde vol 32. nr. 1 2007 (http://www.nivel.nl/pdf/pvv256.artikelverpleeghuisgeneeskunde.pdf)

    woensdag 14 mei 2008

    Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2007

    In 1998 begon de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen als een onderzoek naar de prevalentie van decubitus. In 2007 vond dus de 10e meting plaats. Bestond de onderzochte populatie in 1998 nog uit 86 instellingen, in 2007 ging het om 570 instellingen. Ook ten opzichte van 2006 is er een flinke groei te zien. In de uiteindelijke berekening van de cijfers gaat het echter om 366 instellingen. Dit is gevolg van een selectie op basis van bijvoorbeeld het niet halen van de gestelde deadline, of instellingen met minder dan 30 clienten. De onderzochte instellingen zijn ingedeeld in drie groepen: acute zorg (academisch en algemeen ziekenhuis), chronische zorg (verpleeg- en verzorgingshuis) en thuiszorg. Voor de acute en de chronische zorg werd de meting op 1 dag (3 april 2007) uitgevoerd, voor de thuiszorg ging het om 4 dagen van steekproeven. Ook de val- en fixatiecijfers zijn op andere wijze verkregen. De uiteindelijke meting kent door deze selectie weliswaar een kleinere populatie, maar een laagste respons van 97,2%, hetgeen we als redelijk hoog kunnen beschouwen, zeker als we Braam (2007) mogen geloven. In het rapport is uitgebreid uitgelegd welk probleem wordt gemeten, met welke methoden en hoe de cijfers zijn verdeeld over de populatie. Elk van de 6 onderzoeksgebieden Decubitus, Incontinentie, Ondervoeding, Vallen en fixatie, smetten en decubitus en ondervoeding bij kinderen is in een apart hoofdstuk beschreven. In de hoofdstukken is ook aandacht voor het evidence based behandelen van de beschreven zorgproblemen.
    Al met een behoorlijk inzichtelijke publicatie, die zich wat mij betreft ook kenmerkt door een goede leesbaarheid, zonder al te veel moeilijk taalgebruik.

    Literatuur:
    Halfens RJG, Meijers JJM, Neyens JCL, Offermans MPW (2007): Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen; Datawyse/Universitaire Pers Maastricht

    Braam GPA (2007): Mensen en hun problemen in onderzoek: De zwakkeren en ouderen blijven onderbelicht: TIJDSCHRIFT VOOR GERONTOLOGIE EN GERIATRIE

    zondag 11 mei 2008

    'Diabetesposter'

    Nursing stelt via haar website een artikel beschikbaar over diabetes mellitus met daarin een overzicht van aandachtspunten voor verpleegkundigen bij clienten met diabetes. Via de website van nursing is het document echter niet in A3 formaat beschikbaar, maar als twee A4 pagina's die niet echt mooi aansluiten. Voor het gemak heb ik er een A3 pagina van gemaakt.

    Staat prachtig op de deuren van de 'zusterpost'!

    Klaucke C, Perrels J (2005): Diabetes: welke zorg, wanneer en door wie? Nursing/TvV Diabetes special, december 2005 pag. 14-15

    (klik op de afbeelding om de poster in PDF formaat te openen)

    Domotica en dementie: oost, west, thuis is het best

    Via de site http://www.domoticawonenzorg.nl/ van Vilans is de volgende publicatie van de 'Kenniscirkel domotica voor wonen en zorg' beschikbaar:

    Leeuw van der JJ (2007): Aanzet voor een functioneel programma van eisen voor domotica voor thuiswonende mensen met dementie, versie 1.0; Utrecht Vilans


    Het is een toegankelijk en uitgebreid verslag van de bevindingen van de kenniskring, waarbij de verschillende vormen van domotica werden ingedeeld in 9 functiegebieden, van bewaking, video-observatie en dwaaldetectie tot actieve persoonsalarmering voor mantelzorgers. Voor de mantelzorger is er overigens extra aandacht in het document en de doelstellingen die gegeven worden. Dit met het oog op het doel zo lang mogelijk thuiswonen voor dementerenden mogelijk te maken.

    Naast een uitgebreide beschrijving van de negen functies en mogelijkheden van domotica voor dementerenden en diens mantelzorgers is er ook een hoofdstuk over de techniek erachter en een hoofdstuk over de rol van de zorgorganisaties in het toepassen van domotica.