Posts tonen met het label MGZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MGZ. Alle posts tonen

dinsdag 18 november 2008

Over my dead body!

Zo opent Stella Braam haar boek 'Ik blijf thuis; Het verhaal van mijn moeder'.
Over my dead body. Het is één van de vele welluidende citaten uit het boek dat verhaalt over het gedonder met onze zorg. Het gedonder dat ontstaat als je moeder na het doormaken van een CVA (in de rechter hemisfeer, voor de informatiezuchtigen) met alle geweld thuis wil blijven wonen.
Marijke Braam, de held uit een epos van een goede 120 pagina's. Een poëtische Hercules, zij het een halfzijdig aangedane Hercules. Net als Rene van Neer, de hoofdrolspeler uit 'Ik heb Alzheimer', is de moeder van Stella Braam nogal een opmerkelijke figuur. Sneldichter, feministe en een enorm doorzettingsvermogen in de wereld van het CIZ, indicaties, bureaucratie, revalidatie, inzinking en hoop. Met name het CIZ is doorlopend onderwerp van scherpe kritiek.
Vanuit mijn interesse voor de extramurale zorg voor geriatrische zorgvragers, sprak het boek mij erg aan. In de hogere regionen van de indicatiebesluiten (klasse 4) kan het voor cliënten bijzonder lastig zijn om voldoende tijd geïndiceerd te krijgen om thuis te blijven wonen. 'Ik blijf thuis' is hier een bij wijlen wanhopige manifestatie van. Enige minpunt aan het boekje vind ik de manier waarop Stella Braam menigmaal de lezer aanspreekt; 'Houdt u het nog vol, lieve lezer? U bent intussen diep in het zorglabyrint afgedaald.'
Afgezien daarvan: Lees het, dit is Verplichte Kost!

maandag 8 september 2008

Cytostatica en de thuiszorg

Op TVV online is een bericht te lezen over de gevaren die cytostatica ('chemokuur medicijnen') in de thuiszorg kunnen opleveren. Medewerkers in de thuiszorg lijken niet goed op de hoogte van de veiligheidsmaatregelen die genomen dienen te worden bij verzorging van cliënten die een chemokuur ondergaan. Dit kan gaan om voorzorgsmaatregelen in de omgang met excreta, of zelfs beddengoed en kleding, zo meldt het Parool op basis van gegevens van V&VN.

Het V&VN heeft er bij zorginstellingen op aangedrongen de protocollen m.b.t. het omgaan met cliënten die een behandeling met cytostatica (hebben) ondergaan onder de aandacht te brengen van het personeel. Bij deze mijn bijdrage:

VEILIG WERKEN MET CYTOSTATICA EN UITSCHEIDINGSPRODUCTEN IN DE THUISZORG

Het protocol is afkomstig van het Integraal Kankercentrum Zuid te Eindhoven.

vrijdag 5 september 2008

kiesbeter.nl

In de 'zusterspost' van mijn stageplek kwam ik een uitgeknipt krantenartikeltje tegen: 'Prestaties van 1200 tehuizen op internet'. Er stond niet op uit welke krant het knipsel kwam, maar via google kunnen we er meer over lezen, bijvoorbeeld op de site van MEE Zuidoost Brabant. In ieder geval gaat het over de site http://www.kiesbeter.nl/algemeen/zorgverleners/, waarop het mogelijk is om de voorzieningen, kwaliteitskeurmerken, waardering van cliënten en het voorkomen van zorgproblemen van verschillende verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties te vergelijken. Overigens is hetzelfde mogelijk met bijvoorbeeld apotheken, huisartsen en verloskundigen.
Als we de ZZP'er in de zorg Lex Tabak mogen geloven, is transparantie in de zorg van het hoogste belang, dus wat dat betreft lijkt de site een goed initiatief in een zorgmarkt!

Ik heb natuurlijk direct even het een en ander uitgezocht en ontdekt dat de informatie nog niet helemaal up-to-date lijkt te zijn. Zo heeft mijn stageplek wel een HKZ en IIP keurmerk, maar dit kan ik niet terugvinden op de site. Ook zijn er een aantal instelling/plekken waarover geen inhoudelijke informatie is te vinden. Ik neem aan dat dergelijke hiaten mettertijd gevuld zullen worden, als de site aanslaat.

zondag 31 augustus 2008

Papierwinkel heeft geen cliëntentijd in de aanbieding. Of toch?

Zeshonderdzestig mensen stemden er tussen opening en sluiting van de poll op TVV online over de administratieve lasten die de men te verduren krijgt in de thuiszorg. Veelal heeft in het oordeel van de deelnemers (en enkele reacties op het artikel erover op TVVonline) de tijd voor de cliënt te lijden onder de papierwinkel.

Waarom merk ik hier zo weinig van? Waarom kan ik werken en stagelopen bij een instelling die financiëel niet in de put zit en waar behoorlijk ruim tijd gemaakt kan worden om, ik zeg maar wat, met de cliënten naar de markt te gaan (1 op 1 begeleiding). Natuurlijk, de beslissing van het CIZ om alleen op basis van een psychiatrische aandoening nog te indiceren onder de functie OB-Algemeen, gooit roet in een goede maaltijd, maar het is dus wel mogelijk!
Maar ook stagelopen in een instelling voor onder meer verpleging en verzorging die tot de (desastreuze?) gevolgen van de nieuwe zorg CAO (waarin stagiaires riant worden betaald) ook ruimte en durf vond om te investeren in vernieuwend onderwijs op het gebied van de ouderenzorg? (Hint: dat is het VGG project)

Of is een goede manager z'n geld toch waard, ook meer dan de Balkenende norm? Ik denk eigenlijk van wel.

zondag 6 juli 2008

Aan het einde van je geld een stuk maand over hebben

Voor veel studenten een bekend gegeven, maar de thuiszorg in Groningen heeft de overtreffende trap gevonden: aan het einde van je geld een half jaar over hebben...
Opnamestops.
Door het hele land lijkt het meer en meer voor te komen: Sensire en Azora in de Achterhoek hebben ze al gehad en de ZZP'er in de Zorg meldde over verwikkelingen in Brabant en Drenthe . Zorgelijk, zeker gezien het feit dat met name de oudere cliënt hier de dupe van gaat worden...

dinsdag 24 juni 2008

Mevrouw heeft een plekje op haar stuit...

Alarmbellen!

Decubitus, wie heeft er niet van gehoord of ermee te maken gehad tijdens de opleiding, stage of het werk? Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat iedere student verpleegkunde een client met decubitus meemaakt. Tijd voor een kijkje in een aantal literatuur- en internetbronnen
[noot: waar in de tekst tussen haakjes wordt verwezen naar een pagina nummer (pag. x) wordt Halfens et al. 2007 bedoeld]

Het goede nieuws is dat in 2007 de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) uitwees dat de prevalentie van decubitus gedaald was t.o.v. het jaar daarvoor, m.u.v. de Academische Ziekenhuizen (AcZ)(Halfens et al., 2007 p. 32). Het slechte nieuws is natuurlijk dat het voorkomt. Ergens is het niet verwonderlijk, aangezien driekwart van de patienten in een AcZ een verhoogd risico loopt op decubitus en de helft van de clienten in de verpleeghuizen en thuiszorg. (pag. 30)
Er zijn een aantal interessante zaken uit het onderzoek naar decubitus te halen. (met wat extra aandacht voor de thuiszorg van mijn kant)
Ten eerste: decubitus graad 1 wordt verondersteld slecht gediagnosticeerd te worden,(pag. 31) hetgeen de prevalentie van graad 2 en hoger een meer betrouwbaar gegeven maken. In een onderzoek door Schoonhoven et al. (2002) kwam men tot de conclusie dat het gebruik van de drie standaard methoden (Braden, Norton, Waterlow) geen voordeel opleverde bij het voorkomen van tweede graads decubitus t.o.v. een controle groep. Nieuw onderzoek moet betere methoden opleveren. En dat is dus hard nodig. Een gedegen behandeling van 1e graads decubitus lijkt me pijnlozer, goedkoper en makkelijker voor alle partijen. Daarbij zijn de kosten voor decubitus niet mals.(in 2003 is er zo'n 90 miljoen euro uitgegeven aan de behandeling van decubitus)
Een ander aspect dat het onderzoek heeft gevonden is het feit dat vooral het behoren tot de risicogroep (score van 20 of lager op de bradenschaal) een bepalende factor is in het wel of niet ontwikkelen van decubitus, niet het soort instelling waar men zorg ontvangt. Een voor de thuiszorg treffend iets vind ik het verschil in prevalentie tussen mannen en vrouwen. Die van de mannen is bijna twee maal zo hoog, en dat blijft het ook na correctie voor eerste graads decubitus. Bij de andere soorten instellingen is van een dergelijk verschil geen sprake: (TZ=Thuiszorg)

(klik op de afbeelding voor een grote versie)
(afbeelding: Halfens et al. pag. 32)

Andere voor de thuiszorg kenmerkende zaken zijn dat met name een aandoening van het zenuwstelsel (excl. CVA's) een risicofactor is (pag. 34)en het gegeven dat met name in de thuiszorg vaker de meer ernstige vormen (graad 3 en 4) voorkomen (pag. 35). Ook is het grootste deel van de langdurige wonden te vinden in de thuiszorg (20% van de wonden die langer dan een jaar duren. zie pag. 36).
Hierover wordt verder niet uitgewijd, maar ik ben wel benieuwd naar mogelijke verklaringen voor deze bevindingen.

Defloor et al. (2005) leveren voor de thuiszorg positief bewijs naar mijn idee. Hun bevindingen wijzen erop dat het toepassen van een drukverlagende (viscoelastische) matras inc. wisselligging om de vier uur een significante reductie van het aantal decubitusgevallen tot gevolg had, in vergelijking met standaard instituutmatrassen en meer frequente wisselligging (2 en 3 uur). In de thuiszorg, waarbij reistijd een beperkende factor kan zijn, is dit natuurlijk erg praktisch: minder tijd, meer profijt.

In Amerika (waar anders) zijn al gevallen geweest waarbij instellingen aangeklaagd zijn voor nalatigheid m.b.t. decubitus. (Levine et al., 2008) Zij gebruiken daarbij dan nogal eens een camera, om de wonden te fotograferen.
Andersom kan het natuurlijk ook. Ik ben al een tijd benieuwd naar de mogelijkheden van het gebruik van digitale camera's, als het gaat om communicatie naar behandelaren. Digitale camera's worden steeds handzamer en beter en het versturen van een email is vlot gedaan. Ik kan me ook voorstellen dat het in de toekomst mogelijk is om wonden dan met behulp van een computer te analyseren. Tot die tijd is het onderzoek gedaan naar de effectiviteit van 'photoassessments' ook veel belovend. (bijv: Houghton et al., 2003) Rajendran et al. (2006) geven aan dat het gebruik van digitale beeldtechniek het herkennen van eerste graads decubitus zelfs kan verbeteren:
"Preliminary results clearly indicate that the enhanced images exhibit higher contrast and make the pressure ulcer site more conspicuous to the examiner. The experiments show promising results even for subjects with black and dark brown skin colors."
Het LEVV biedt overigens hulp in de vorm van hun 'Decubitushandwijzer voor verzorgenden' en andere fraaie publicaties, zoals een hele serie illustraties over verschillende houdingen, een clientenfolder en een overzicht van de verschillende gradaties van decubitus. Kijk voor (nog) meer informatie op hun website.



Literatuur:
Defloor T, De Bacquer D, Grypdonck MH. (2005): The effect of various combinations of turning and pressure reducing devices on the incidence of pressure ulcers. International journal of nursing studies 2005 Jan pag.37-46

Halfens RJG, Meijers JJM, Neyens JCL, Offermans MPW (2007): Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen. Maastricht: Datawyse/Universitaire Pers

Houghton PE, Kincaid CB, Campbell KE, Woodbury MG, Keast DH. (2003): Photographic assessment of the appearance of chronic pressure and leg ulcers. Advances in skin & wound care 2003 Mar-Apr;16(2):91-6

Levine JM, Savino F, Peterson M, Wolf CR. (2008): Risk management for pressure ulcers: when the family shows up with a camera. Journal of the American Medical Directors Association. 2008 Jun nr.9 pag. 360-363

Rajendran PJ, Leachtenauer J, Kell S, Turner B, Newcomer C, Lyder C, Alwan M. (2006): Improving the detection of stage I pressure ulcers by enhancing digital color images. Conference proceedings : Annual International Conference of the IEEE Engineering in Medicine and Biology Society. IEEE Engineering in Medicine and Biology Society. Conference 2006;1:5206-5209

Schoonhoven L, Haalboom J, Bousema M, Algra A, Grobbee D, Grypdonck M, et al.(2002) Prospective cohort study of routine use of risk assessment scales for prediction of pressure ulcers. BMJ, 2002; 325(7368): 797-800."

zaterdag 14 juni 2008

Kwaliteit: het zit soms in kleine dingen

Zoals druppels. Oogdruppels om precies te zijn.

Het Oogziekenhuis Rotterdam heeft een aparte website met informatie over het toedienen van oogdruppels, waarbij er rekening is gehouden met de verschillen aan informatiebehoefte tussen patiënten, mantelzorgers en professionals. Voor de verschillende groepen zijn 'oogdruppelwaaiers' ontwikkeld, waarop kort en bondig en met behulp van illustraties de verschillende aandachtspunten worden weergegeven.

Achter een druppeltje zit meer dan er in het eerste oog lijkt te zitten, zo blijkt uit het door ZonMw gesubsidieerde project van het oogziekenhuis.
Op de website is informatie beschikbaar over onder meer de anatomie en fysiologie van het oog, het hygiënisch omgaan met oogdruppels, bijwerkingen, het gebruik van oogzalf en gebruik van oogdruppels in combinatie met contactlenzen.
Opvallend detail is dat een deel van de informatie in gesproken vorm gedownload kan worden, zoals 'Oogdruppelen, doet u het wel goed?'. Het is duidelijk een computerprogramma dat een tekstbestand voorleest (met een ietwat vreemd klinkend geheel), maar het is een goede stap naar informatie die voor ouderen beter toegankelijk is! De MP3 zou bijvoorbeeld op een CD kunnen worden gezet door een hulpverlener of een mantelzorger, als een cliënt er zelf niet toe in staat is om de website te bezoeken.

De site biedt de professional een behoorlijke hoeveelheid informatie en achtergronden, waaronder een redelijk uitgebreide literatuur- en bronnenlijst. Het onderzoeksrapport van Locomotion (in opdracht van ZonMw) is lovend over het resultaat van de oogwaaier die het oogziekenhuis heeft ontwikkeld.

Het meest opvallende dat ik tegen ben gekomen in de instructies is het dichtdrukken van de traanbuis na het toedienen van de druppels. Daar had ik persoonlijk nog nooit van gehoord. Andere manieren van onderwijs biedt het oogziekenhuis aan in de vorm van de training 'oogdruppelen en oogdruppel hulpmiddelen', die voor 95 euro te volgen is.

donderdag 29 mei 2008

daar gaat ie dan! Wendy's eerste artikel: Mantelzorg en indiceren

Het allereerste artikeltje van mijn kant voor op het handige VGG blog!

Ik heb me al eens eerder voorgesteld op het VGG (project) blog, zoals elders valt te lezen. Mijn naam is dus Wendy Haas en ik ben één van de vier Saxion VGG studenten in de extramurale zorg.

Ik was even aan het surfen op het Internet en mijn oog viel op het volgende artikeltje.

http://www.nursing.nl/weblog/id307-59112/action/showDetails/indiceren.html

Ik ben momenteel bezig met mijn opdrachten over mantelzorg en indiceren van zorg (wat helemaal actueel is op dit moment). Op de site van Nursing vond ik een medeblogger die hier een aardig stukje over heeft geschreven met handige links voor verder informatie.

Ook wordt er in een reactie op het artikel van Jos Kaldenhoven verwezen naar de volgende link: http://frankwolterink.c3log.nl/de-toegevoegde-waarde-van-het-ciz/
Dit gaat meer over management en de bestuurskant van de zorg. Zeker net zo interessant voor de toekomstige HBO-verpleegkundige dacht ik zo.

Ik vond het een verhelderend artikel en zie het bos geleidelijk aan weer door de bomen heen.

Tot de volgende post;) groetjes!!

woensdag 28 mei 2008

Steun de steunkous!


Steunkousen kom je nogal eens tegen in de (thuis)zorg. Een paar honderdduizend mensen in Nederland draagt ze, waarvan het merendeel vrouwen. Soms zijn het redelijk los zittende steunkousen (waarvan ik me dan soms afvraag welk nut ze nog dienen) en soms zijn het beenhoge 'vlakbrei kousen', die je het zweet op de rug kunnen bezorgen. Maar dat hoeft niet! Ikzelf ben nogal een fan van aan- en uittrekhulpmiddelen, die mijns inziens een promotie verdienen. Dus ik besloot eens wat rond te neuzen op internet. En dat was vrij simpel! De stichting Fonds voor Arbeidsmarktbeleid en Opleidingen Thuiszorg (FAOT) stelt een behoorlijk overzicht aan producten beschikbaar op de site http://www.faot.nl/.

Er is een protocol (2005) beschikbaar, evenals een aantal instructiekaarten en een onderzoeksverslag over de lichamelijke belasting bij het aan- en uittrekken van steunkousen.

Om het (team)management te overtuigen van je goede bedoelingen is er zelfs een implementatieplan beschikbaar!

Het is toch altijd weer frappant om te zien hoeveel theorie er achter schijnbaar zeer normale hulpmiddelen als steunkousen schuilgaat. Steunkousen kunnen zeer praktische hulpmiddelen zijn, mits ze goed gebruikt worden. Als (student) helpende, verzorgende of verpleegkundige kan je het je daarbij (waarschijnlijk) een stuk makkelijker maken. Dus: aan die handschoenen (werkt echt goed!), haal die 'blauwe nylon zakken' uit het stof en help de zorgvrager naar meer zelfstandigheid met een 'aantrekrek'!

p.s. ga eens na hoeveel van de in de FAOT richtlijnen genoemde regels jezelf naleeft. En op je afdeling/binnen de instelling? Liggen er kansen voor kwaliteitsverbetering?

vrijdag 23 mei 2008

Mantelzorgwoningen

Moeder in high-tech huisje

http://www.ad.nl/binnenland/2294475/Moeder_in_hightech_huisje.html

Toevallig zag ik dit berichtje op internet staan, het sprak me aan omdat ik niet wist dat het bestond. Ik denk dat dit echt de trend van de toekomst wordt met betrekking tot het verzorgen van je familieleden. Echter moet je als mantelzorger wel genoeg ruimte hiervoor hebben en moet je bereid zijn om dit te willen. Vooraf moet je als mantelzorger ook goed bedenken welke regels je stelt met betrekking tot de zorg voor je familielid. Meestal als de zorgvrager gewend is dat jij bepaalde dingen doet, is het moeilijk om hier weer vanaf te stappen. Met dit nieuwe systeem is er ook de mogelijkheid om de thuiszorg in te schakelen wanneer jezelf verhinderd bent. Ik ben zelf opgegroeid op het platteland en heb ook veel ervaring met mensen die absoluut niet naar het verpleeghuis willen, dit lijkt daarvoor een goede optie te zijn. Ik denk dat vooral mensen vanuit een dorp hier veel belangstelling voor hebben, de zorgvrager blijft in dezelfde leefomgeving en privacy wordt niet geschonden

woensdag 14 mei 2008

Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2007

In 1998 begon de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen als een onderzoek naar de prevalentie van decubitus. In 2007 vond dus de 10e meting plaats. Bestond de onderzochte populatie in 1998 nog uit 86 instellingen, in 2007 ging het om 570 instellingen. Ook ten opzichte van 2006 is er een flinke groei te zien. In de uiteindelijke berekening van de cijfers gaat het echter om 366 instellingen. Dit is gevolg van een selectie op basis van bijvoorbeeld het niet halen van de gestelde deadline, of instellingen met minder dan 30 clienten. De onderzochte instellingen zijn ingedeeld in drie groepen: acute zorg (academisch en algemeen ziekenhuis), chronische zorg (verpleeg- en verzorgingshuis) en thuiszorg. Voor de acute en de chronische zorg werd de meting op 1 dag (3 april 2007) uitgevoerd, voor de thuiszorg ging het om 4 dagen van steekproeven. Ook de val- en fixatiecijfers zijn op andere wijze verkregen. De uiteindelijke meting kent door deze selectie weliswaar een kleinere populatie, maar een laagste respons van 97,2%, hetgeen we als redelijk hoog kunnen beschouwen, zeker als we Braam (2007) mogen geloven. In het rapport is uitgebreid uitgelegd welk probleem wordt gemeten, met welke methoden en hoe de cijfers zijn verdeeld over de populatie. Elk van de 6 onderzoeksgebieden Decubitus, Incontinentie, Ondervoeding, Vallen en fixatie, smetten en decubitus en ondervoeding bij kinderen is in een apart hoofdstuk beschreven. In de hoofdstukken is ook aandacht voor het evidence based behandelen van de beschreven zorgproblemen.
Al met een behoorlijk inzichtelijke publicatie, die zich wat mij betreft ook kenmerkt door een goede leesbaarheid, zonder al te veel moeilijk taalgebruik.

Literatuur:
Halfens RJG, Meijers JJM, Neyens JCL, Offermans MPW (2007): Rapportage resultaten Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen; Datawyse/Universitaire Pers Maastricht

Braam GPA (2007): Mensen en hun problemen in onderzoek: De zwakkeren en ouderen blijven onderbelicht: TIJDSCHRIFT VOOR GERONTOLOGIE EN GERIATRIE

zaterdag 23 februari 2008

VOOR U VERZAMELD

Via de website van Vilans zijn er een aantal prachtige documenten gratis te downloaden:

Over multimorbiditeit bij ouderen:
Ouderdom komt met gebreken
Geneeskunde en zorg bij ouderen met multimorbiditeit


ZELFREDZAAMHEID BEVORDEREN VOOR ALLOCHTONE VROUWEN Handreiking aan gemeenten (door het Verwey-Jonker Instituut)

Over de samenhang tussen de veranderende demografie en de economische gevolgen ervan kunnen we lezen in:
Veelkleurig grijs; Economische aspecten van volksgezondheid en zorg
(Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Economische aspecten van Volksgezondheid en Zorg aan de Universiteit van Tilburg op vrijdag 25 januari 2008 door Johan Polder)

Thuiszorg:
Actiz wil spoedoverleg over chaos thuiszorg

Domotica:
Rollator-navigator wijst ouderen de weg (website: zorg en welzijn)

Politiek:
Actieplan valpreventie Kamerstuk, 18 februari 2008

Kranten en Tijdschriften:
Dementerende moet thuis wonen (ND)

Een op het eerste gezicht opmerkelijk artikel over 'hangouderen' vinden we in de Volkskrant:
Liever scootmobiel dan bank van beton

In het ND vinden we ook een artikel over euthanasie, waarin de auteur Petra Noordhuis verhaalt over het promotieonderzoek van juriste Esther Pans, die de euthanasiewet als 'paternalistisch' bestempelt.
'Euthanasie kan alleen als arts het wil'
Naar mijn mening beschrijft de auteur van het artikel euthanasie onterecht als een 'misdrijf'. Klik hier voor de 'Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding' (Via de NVVE site), zodat u uw eigen oordeel kunt vormen.

Over de zorgwekkende vooruitzichten m.b.t. de benodigde schare werknemers in de zorg in de toekomst kunt u lezen in:
Trots moet terug in de zorg (ND)

vrijdag 15 februari 2008

vrijdag 8 februari 2008

DE NAAKTE WAARHEID IN DE THUISZORG

De SP heeft een reclamespotje gemaakt (dat het nodige stof heeft doen opwaaien) over 'de uitverkoop van de thuiszorg', zoals ze het noemen. Klik hier om het filmpje te bekijken.