Posts tonen met het label Gerontologie en Geriatrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gerontologie en Geriatrie. Alle posts tonen

vrijdag 10 oktober 2008

Nestblijvers

TV kijken doen mijn vriendin en ik tegenwoordig praktisch alleen nog maar via 'uitzending gemist.nl' (en verwanten). Ideaal, de kwaliteit is prima en het aanbod is fantastisch groot. Een ander groot voordeel: de zgn. 'webstreams' van commerciele zenders worden niet door reclames onderbroken!

Vandaag stond de documentaire 'Nestblijvers' op de homepagina van uitzendinggemist.nl. En die vind ik té mooi om niet te posten. De docu gaat over 3 nestblijvers, mensen die bij hun ouders zijn blijven wonen:
Ebgert Stellink (80) woont nog in de boerderij waar zijn voorouders generaties lang hebben gewoond.

Heleen Letteboer (46) woont nog bij haar moeder Greet Jansen (72).

Michel de Brave (81) woont samen met zijn 100-jarige moeder Dilia in Amsterdam in een woning van 30 m2.
Een zeer intrigerende docu waarvan de hoofdrolspelers menig hart zullen stelen. Met name de beschouwingen van Egbert vind ik echt prachtig: in al zijn 'boeren eenvoud' (hij pompt het water nog op om zijn kleren te wassen!) houdt hij de maatschappij een spiegel voor. Wat is vooruitgang?
Een waar pareltje uit de handen van documentairemaker Juul Bovenberg. Klik op de afbeelding hieronder om de docu te bekijken:

donderdag 9 oktober 2008

Congresverslag: "Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging" (deel 2)

Hieronder volgt deel 2 van Wendy's belevenissen op het 9e nationaal gerontologiecongres. Lees hier deel 1

Het was erg moeilijk om te kiezen uit deze zes zeer actuele en relevante onderwerpen. Ik heb bij deze ronde gekozen voor het onderwerp 'ondersteunen van mantelzorgers', gezien dit een van de ‘extra’ kerncompetenties is van de VGG’er. Het leek mij een belangrijk, interessant en toepasselijk onderwerp op de situatie waarin wij als VGG’ers verkeren. Deze verwachting kwam inderdaad uit. Er werd ingegaan op de problemen en wensen van mantelzorgers van mensen met dementie, De omgang met Dementerende verpleeghuisbewoners: is de werkbeleving van verzorgenden van invloed? en tot slot de ondersteuning van Depressieve psychogeriatrische verpleeghuisbewoner: effecten van een richtlijn voor verzorgenden.
Vraagstukken die mogelijk handvatten kunnen bieden in de praktijk.
Zo bleek uit één van de onderzoeken dat een hoge werkdruk, veel stress reacties en ontevredenheid met het werk, samen hangen met een verminderd gebruik van positieve omgangsvormen (een manier om contact te maken met de bewoner en affectie en warmte te tonen). Verzorgende die het werk als te druk ervaren maken ook minder gebruik van oogcontact, lachen minder en raken minder affectief aan. Investeren in de arbeidsomstandigheden lijkt te lonen als en de kwaliteit van de zorg wil verbeteren.Vooral positieve (werk)omstandigheden blijken van grote invloed: Een groter tevredenheid draagt duidelijker bij aan positief gedrag dan ontevredenheid aan negatief gedrag. Interessant!
Ingaand op ander onderzoek, welke wederom handvaten kan bieden in praktijk: Om depressieve klachten van verpleeghuisbewoners met comorbide depressie en dementie te verminderen is een richtlijn voor verzorgenden ingevoerd. Kijk voor meer informatie eens op: www.nivel.nl of op www.venvn.nl.

Na een luxe en uitgebreide lunch volgde de postersessie.
Kort gezegd het presenteren van je onderzoek, aan de hand van een poster.

De postersessie bestond uit de presentatie van 20 posters verdeeld over de thema’s:
  • Beeldvorming, steun en beleving
  • Zorgproblemen, monitoring en meten
  • Dagelijks functioneren
  • Zorg
  • Onderzoeken die mij als VGG’er aanspraken waren ondermeer:
  • Pijn op verschillende typen afdeling van het verpleeghuis
  • Trends in eenzaamheid en mobiliteitsbeperkingen bij zelfstandig wonende ouderen van 65 jaar en ouder
  • Het gebruik van welzijnsdiensten door zelfstandig wonende ouderen nader onderzocht
  • Functionele status en cognitie in ouderen met dementie: een vergelijking tussen kleinschalige woonvormen en reguliere verpleegafdelingen
  • Na deze leerzame postersessie volgde de derde en laatste ronde symposia. Onderwerpen die aanbod kwamen zijn:
  • Wat is de meerwaarde van preventieve huisbezoeken in de zorg voor ouderen met complexe problematiek in het perspectief van de Nederlandse Gezondheidszorg?
  • Evidence-based preventiepraktijk: academische werkplaatsen als brug tussen wetenschap en GGD-praktijk
  • Langer leven: Epidemiologische aspecten en gevolgen voor de zorg
  • Slechtziendheid op later leeftijd:impact op participatie en mogelijkheden voor interventies
  • langer leven in de buurt: een lokale uitdaging
  • Mantelzorg in Nederland anno 2007
  • In aansluiting op het eerste symposium over consultatiebureaus ging mijn interesse uit naar de meerwaarde van preventieve huisbezoeken. In tegenstelling tot de goed draaiende consultatiebureaus kwam uit dit onderzoek dat huisbezoeken weinig tot geen meerwaarde zouden hebben. Een belangrijk gegeven.

    Na wederom een korte pauze volgde de slot lezing door Paul Schnabel, Directeur Sociaal-Cultureel Planbureau, getiteld: “Langer dan nodig, korter dan mogelijk”. In deze lezing werd ingegaan op interessante feiten over het ouder worden en de ouderen. Dit gebeurde via leuke anekdote’s zoals:
    “Ik weet zelf al amper uit mijn hoeslaken te kruipen bij het bed opmaken, het heeft ook maar één in en uitgang.”
    Aansluitend op het ‘afschaffen’ van de dekens in Nederland en ter verduidelijk van het feit dat men bang is voor het krijgen van dementie, terwijl andere klachten veel eerder/frequenter optreden (achteruitgang bewegingsapparaat, visus daling, gehoor etc.)
    Ook het fileprobleem stond bij Dhr. Schnabel in het teken van de geriatrie. Er zijn nog vele ouderen die op steeds latere leeftijd langer deelnemen aan het verkeer. Het gratis openbaar vervoer voor ouderen is naar zijn inziens ook absoluut overbodig; ouderen willen gewoon graag autorijden en zijn hier in vele gevallen goed toe in staat.
    Hiernaar volgde de uitreiking van de J. Witsenburg Posterprijzen, de sluiting en het borrelen.

    Na wederom anderhalf uur terug reizen was het toch best een lange dag geworden. Desalniettemin zeer interessant, leerzaam en een dag die ik niet gemist zou willen hebben!
    Het gaf een enorme ‘kick’ om te zien dat er nog zo velen zijn die zich inzetten voor de ouderen van deze samenleving en hier met elkaar het beste van te willen maken. Daarnaast was het gewoon erg leerzaam om te luisteren naar de gedane onderzoeken en de resultaten hiervan. Alleen al de manier van onderzoeken en de onderwerpen waar onderzoek naar gedaan word was al leerzaam voor mij als HBO-V student.

    Kortom: Het was een leuke en leerzame, lange dag waarin ik veel gehoord, gezien en geleerd heb over de ouder worden de mens. Welke onderwerpen momenteel actueel zijn en de resultaten van bijhorende onderzoeken. Alhoewel ik me niet geheel thuis voelde tussen deze geleerde gemeenschap en ik lang niet alles begreep wat besproken werd heb ik er toch enorm veel kennis opgedaan welke ik niet allen in mijn opleiding en stage toe zal passen, maar ook in het vervolg van mijn carrière .

    Tip:

    Uitgebreid verslag van alle symposia welke deze dag gehouden werden is te lezen in het tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, jaargang 39 september 2008

    Overigens is ook veel informatie te vinden op de site van de Nederlandse vereniging voor Gerontologie: http://www.nvgerontologie.nl/

    Ingediende abstracts van het congres zijn te lezen op: http://www.nvgerontologie.nl/imagebank/Definitief%20voor%20drukker%20NVG-abstracts-totaal.pdf

    woensdag 8 oktober 2008

    Congresverslag: “Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging” (deel 1)

    “Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging”

    Zo luidde de titel van het 9e NATIONAAL GERONTOLOGIECONGRES.

    Een nationaal congres bedoeld voor onderzoekers, beleidsmakers, politici, ouderen, professionals en anderen werkzaam op het terrein van de gerontologie en geriatrie. Het doel van dit congres was het schetsen van een beeld van de stand van zaken in het brede gerontologische werkveld in ons land. Daarbij gaat het niet alleen om wetenschapsbeoefening en wetenschappelijk onderzoek, maar worden ook de proeftuinen in beeld gebracht waar al die gerontologische kennis in de praktijk wordt toegepast (werken, wonen, welzijn/ vrije tijd en zorg en dienstverlening). Een interessant congres waar enkele verenigingen de nodige accreditatiepunten aan hebben toegezegd.

    Dankzij de enorme korting voor studenten was het mogelijk om deze uitdaging bij te kunnen wonen. We zijn dan ook met een groep van 6 studenten (te zien op de afbeelding hiernaast) en onze VGG- projectleidster (helaas niet te zien) afgereisd naar Congrescentrum De Reehorst te Ede.

    Aankomend in dit prachtige congrescentrum werden we allereerst overladen met folders, informatie, boeken etc. Uiteraard kregen we ook een badge waar we de hele dag lekker belangrijk mee rond gelopen hebben. Na deze invasie was het tijd voor een kopje koffie/thee en natuurlijk mocht de plak cake niet ontbreken.

    Het congres ging van start met de plenaire opening van de dagvoorzitter prof.dr. D.J.H. Deeg van het VU medisch centrum. Gevolgd door de plenaire lezing van Judith Koelemeijer, auteur van ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ en van ‘Anna Boom’. De titel van deze lezing luidde: “Daar praten we niet over. Schrijven over wat liever niet gezegd wordt”. Het was een boeiende lezing over datgene wat ze beschrijft in haar boeken en tegelijkertijd perfect aansluit op het thema van dit congres.

    Vervolgens ging de eerste ronde met symposia van start. Hierbij kon je een keuze maken tussen de volgende onderwerpen:
  • Bewegen en ouderen beweegstimulering in de zorg voor ouderen.
  • Consultatiebureaus van ouderen, een nieuwe vorm van preventieve ondersteuning voor ouderen: beleid, praktijk en onderzoek
  • Depressie bij verpleeghuisbewoners: opsporing verzocht!
  • Natuur voor dementerende ouderen
  • Nieuwe generaties van ouderen: De Longitudinal Aging Study Amsterdam
  • Zilveren kracht. Mobiliseren van mensen met levenservaring
  • Mijn voorkeur ging uit naar het tweede onderwerp, betreffende de consultatiebureaus van ouderen. Hierover is in het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie het volgende te lezen:
    Consultatiebureaus voor ouderen, een nieuwe vorm van preventieve ondersteuning voor ouderen: beleid, praktijk en onderzoek

    Schippers, AM Vilans, Utrecht

    Het is pas zeven jaar geleden dat het eerste Consultatiebureau voor Ouderen (CbO’s) werd opgezet. In kort tijd is de belangstelling voor CbO’s sterk toegenomen. In Nederland zijn nu rond de 50 initiatieven. Een CbO is een periodieke vorm van preventieve zorg voorouderen waarbij naar de oudere als geheel gekeken wordt: naar fysieke gezondheid en naar leefstijl, maar ook naar sociaal, emotioneel, psychisch en cognitief functioneren. Het CbO behandelt niet, maar signaleert risico’s, informeert de oudere over gezond en actief ouder worden en wijst ouderen (zo nodig) de weg in het woud van voorzieningen. Het CbO is geen nieuwe voorziening. Het is een functie die door verschillende organisaties kan worden opgepakt en vormgegeven. In dit symposium willen we ingaan op het ontstaan en de werkwijze van CbO’s, op het belang van preventieve zorg bij ouderen en het beleid van de overheid ten aanzien van preventie. Ook presenteren we onderzoek dat op dit terrein verricht is. Wij zien een goede toekomst voor de Consultatiebureaus voor ouderen omdat de politiek aandacht voor preventie hoog op de agenda heeft gezet. Maar ook door de wetgeving die de laatste jaren is ingevoerd: zoals de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) die de eigen verantwoordelijkheid en participatie in de samenleving benadrukt en de herziening van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV). De kansen zijn voorhanden om lokaal te werken aan integratie van gezondheid en welzijn en aan de ontwikkeling van preventieve zorg die zich richt op ouderen.

    Bron:
    Schipper, A.M. (2008). Langer leven in de Nederlandse samenleving: De nationale uitdaging. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, jaargang 39, september 2008
    Het opvallende bij het symposium over Consultatiebureau voor Ouderen (CbO’s) was dat de discussie die hierop volgde al snel over ging op het onderwerp ‘casemanagement’. Een CbO is een van de meest laagdrempelige manieren tot zorg (staat als het ware tussen niets en de eerstelijns gezondheidszorg in). Dit maakt het een middel tot het verwerven van kennis en gedrag met betrekking tot een gezonde leefstijl toegankelijke te maken voor alle ouderen, zowel kansarme als kansrijke ouderen. Hierdoor kunnen vele gezondheidsrisico’s gesignaleerd worden wat leidt tot gezondheidsadviezen. Aangezien de verpleegkundige op het CbO als spin in het web fungeert en de weg weet met betrekking tot zorg (kennis van sociale kaart) binnen de regio, heeft het al snel enkele kenmerken van een casemanager. In de presentatie die later deze dag volgde over casemangement kwamen ze hier op terug door aan te geven op zoek te zijn naar de optimale organisatie van waaruit de casemanager te werk gaat. Naast de thuiszorgorganisatie, het verpleeghuis of de bij huisarts zal mogelijk een CbO hiervoor in aanmerking kunnen komen. Meer informatie over dit onderwerp en één van de presentaties is te vinden op www.vilans.nl en www.kenniscentrum-ouderen.nl.

    Na een korte pauze was het tijd voor de tweede ronde symposia:
  • Overgewicht bij ouderen
  • Zorg op afstand
  • Kwetsbare ouderen: concept, identificatie, herstel en interventies.
  • Het levenslange belang van sociale relaties en andere sociale hulpbronnen voor het welbevinden van ouderen.
  • Ondersteuning van mantelzorgers van verzorgenden van mensen met dementie
  • Handvatten voor preventie van valincidenten en angst om te vallen
  • Maar daar lees je morgen meer over in deel 2 van de ervaringen van Wendy op het congres!

    maandag 22 september 2008

    Lustrumcongres dr. van Hoytemastichting: de middag

    Zoals beloofd: Deel twee van het lustrumcongres van de dr. G.J. van Hoytema stichting!

    Voor het middagprogramma was er keuze uit een aantal thema's, waarvan (vanzelfsprekend) het thema 'geriatrie' mijn voorkeur genoot. En zo geschiedde:

    Het middagprogramma vond plaats onder de bezielende leiding van prof. dr. D.H. Sipsma die z'n strepen heeft verdiend als huisarts, verpleeghuisarts, sociaalgeriater, klinisch geriater, verpleeghuisdirecteur en hoogleraar klinisch geriatrie aan de rijksuniversiteit Groningen.

    Maar prof. dr. J. Baars mocht het spits afbijten. De (o.a.) bijzonder hoogleraar Gerontologie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht hield een lezing genaamd 'Paradoxen van het ouder worden', waarin hij zijn theorie van vereindiging uiteenzette. Nu is filosofie een van mijn interesses, dus ik verwachtte er veel van. En niet zonder reden! Het voert veel te ver om volledig beeld van zijn lezing te geven (voor zover ik daartoe in staat zou zijn), maar er zijn drie aandachtspunten uit zijn lezing die ik graag onder de aandacht wil brengen:
    1. Er heerst in de hedendaagse maatschappij een versnelling van de veroudering. Baars doelt hierbij zeker niet op lichamelijke veroudering, maar op de maatschappelijke kijk op veroudering. Meer specifiek de fixatie op de eerste 'rimpelvorming' en andere zogenaamde onvolmaaktheden, die 'alleen met grote overdrijving als een probleem beschouwd kunnen worden', om prof. Baars te citeren.

    2. De commercie die achter punt één schuil gaat (en die is enorm!) schetst een beeld van volmaaktheid dat te koop lijkt te zijn, met natuurlijk de meest nieuwe en met een zweem van wetenschappelijkheid gepresenteerde zalfjes en behandelingen. De vraag wat een goed leven is, wordt op die manier vervangen door de vraag hoe wij, stervelingen, met onze per definitie onvolmaakte en kwetsbare lichamen het gephotoshopte en onhaalbare beeld van de ideaal uitziende mens kunnen benaderen.

    3. Het derde punt bouwt weer voort op punt twee; het onhaalbare ideaal van uiterlijk vertoon scheept de jongere volwassene op met de druk van een gemanipuleerde jeugdcultuur. Het gevecht tegen de veroudering wordt dan echter wel een gevecht tegen de spreekwoordelijke bierkaai. Het toekomstbeeld verwordt tot een problematisch geheel met een gerontofobie, de angst voor het ouder worden als gevolg. En dat in een periode waarin het vooruitzicht op een lange levensduur bijkans gemeengoed geworden is.
    De Saxionstudenten en docenten die geïnteresseerd zijn in de rest van zijn verhandeling kunnen een reactie achterlaten op dit bericht. Ik zal deze personen dan voorzien van een kopie à 1 euro (14 pagina's) van zijn artikel in de syllabus van het congres. Zeer zeker een aanrader! Een beetje speurwerk leverde overigens het volgende resultaat: klik hier voor zijn praktisch gelijke Plenaire lezing HOVO Boekenweek Symposium

    De volgende spreker, de in 2004 afgestudeerde bouwfysisch ingenieur ir. J. van Hoof, hield een presentatie over domotica voor mensen met dementie. En die was niet mals. Gaandeweg kreeg ik de indruk dat de zaligmakende technologische vooruitgang voor dementerenden een ware last kan zijn. Ook waar deze bedoeld is om het de dementerende 'gemakkelijker' te maken! Domotica voor dementerenden vraagt om een individuele benadering van de situatie. Verschillen op het gebied van cognitie, apraxie, tremoren, zicht etc. maken dat iedere situatie om een andere benadering vraagt. Zijn relaas op eerder onderzoek baserend gaf van Hoof een een aantal ontwerpeisen voor domotica bij dementerenden:
    Er dient geen training voor nodig te zijn (intuïtief)
    De techniek moet er bekend uitzien
    De controle dient niet weggenomen te worden van de gebruiker
    Een minimum aan gebruikersinteractie
    De gebruiker moet gerust gesteld worden
    Dat dit niet zonder reden is, verduidelijkte hij aan de hand van een aantal voorbeelden, waarbij ik de airconditioning het sprekendst vond: de persoon in kwestie realiseert zich niet waar de plotselinge temperatuurswisseling vandaan komt en begint zich spontaan aan- of uit te kleden. Het dossier vermeldt dan nogal eens: dhr/mw vertoont seksueel ontremd gedrag! Met de zomers van 2003 en 2006 in het achterhoofd is er echter een run ontstaan op goede koeling in intramurale zorgsettings, die een nadruk leggen op preventie van sterfte en daarbij voorbij gaan aan het voor dementerenden zo belangrijke comfort.

    Een ander zeer sprekend onderdeel van zijn lezing vond ik het belang van de installateur. Ik heb me al vaker afgevraagd hoe het nu voor een installateur moet zijn om in een verpleeg- of thuiszorgsetting met dementerenden aan de slag te moeten. Volgens van Hoof is deze rol essentieel; de installateur van de techniek dient op de hoogte te zijn van zijn doelgroep en (herhaaldelijk gestelde!) vragen rustig te beantwoorden en goed te luisteren.

    Na de vlotte presentatie van van Hoof was het de beurt aan prof. dr. Sipsma zelf. Deze strijdbare pleitbezorger voor de novogeront, de nieuwe oudere gaf een sociaal filosofische beschouwing van de 'novogeront in evolutionair perspectief'. Helemaal te gek, want naast filosofie is één van mijn andere hobbymatige interessegebieden de evolutietheorie. Sipsma, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw werkzaam op het gebied van de geriatrie ging daarbij in op de nieuwe eigenschap in de evolutie van de mens: de geriatric society, die over enkele decennia voor een derde zal bestaan uit, zo hij hoopt, novogeronten. Nog niet eerder in de geschiedenis van de mens is dit het geval geweest. Sipsma sloot met zijn betoog daarmee mooi aan op prof. Baars' lezing en bood er een soort van vervolg op. Een deel van zijn betoog baseerde hij op het 'geromem', het 'meem' dat onze kijk op de oudere mens bevat. Memen zijn de door Richard Dawkins (één van mijn 'literair evolutionaire helden') geopperde cognitieve tegenhangers van genen. Net zoals genen bevatten ze informatie, maar dan niet gericht op de synthese van eiwitten, maar denkbeelden, die van brein tot brein overgaan en in dat proces aan verandering onderhevig zijn. Aldus kunnen memen, net als genen in een evolutionair proces veranderen t.g.v. hun omgeving. Nu zijn er, naar mijn bescheiden mening, grondige kritieken geschreven op Dawkins' idee (zie bijv werken van Mary Midgley als 'Mens, Moraal & Vrijheid' en 'Science and society'), maar dat doet aan de uiteenzetting van Sipsma weinig af. De louter negatieve kijk op de veroudering moet met passende rationaliteit bekeken worden. Een duidelijk voorbeeld ligt op het gebied van de intelligentie: de 'fluid' intelligence, het vermogen om snel nieuwe informatie te verwerken neemt mettertijd af, maar de 'crystallized' intelligence, het vermogen om patronen en verbanden te herkennen is niet, of veel minder aan deze achteruitgang onderhevig. (iets soortgelijks blogde ik eerder over Bertrand Russell). Voltaire, een ander voorbeeld aangehaald door Sipsma en één van de filosofische hoofdfiguren van de Verlichting schreef zijn hoofdwerk pas na zijn 60e! In de toekomst dient veel meer gebruik gemaakt te worden van onder andere deze kwaliteit van de (toekomstige) 'homo senex vitalis', de vitale oudere mens, al dan niet bijgestaan door nieuwe heupen, polsen en wat dies meer zij, zich zo omtoverend in de 'homo senex prostheticus'. Grappend citeerde hij op z'n Goois: 'er is heup!' Sipsma sluit af met de 'Ars Geriatrica', de kunst van het ouder worden, die volgens hem moet streven naar 'compressie van morbiditeit en invaliditeit' in de laatste levensfase, maar ook ruimte moet bieden aan de afronding van het bestaan, zodat het op waardige wijze kan worden afgerond.

    Een leuke bijkomstigheid: Op het weblog van prof. F. de Lange gaat het nieuwste artikel over het 'pamfletje', zoals Sipsma het zelf noemde: 'van oude mensen, de dingen die gaan komen'. Aangezien Sipsma aan het einde van zijn boek de vloer aan schijnt te vegen met Intelligent Design en Cees Dekker, denk ik dat het binnenkort zeker in mijn boekenkast te vinden zal zijn.

    Hekkensluiter van het middagprogramma was drs. Kwadijk, algemeen directeur van de St. Maartengroep met de lezing 'Beeld van het verpleeghuis en de organistaie van de ouderenzorg in 2020'.

    Dat de ouderenzorg voor problemen staat zal niemand ontgaan zijn en Kwadijk zette het beleid dat gevoerd dient te worden in deze veranderende omgeving duidelijk uiteen. Het organisatorisch proces dat ten grondslag ligt aan deze verandering is principieel anders dan 'voorheen', alleen al omdat de overheid streeft naar gereguleerde marktwerking. Andere aspecten van de verandering worden gevormd door veranderde financieringsvormen (zoals de ZZP's en PGB's), de overgang van sociale zekerheid naar op maat gesneden verzekeringspolissen, een vergroting van de rol van de thuiszorg, het wegvallen van verpleeg- en verzorgingshuizen (extramuralisering), een toenemende toezicht op kwaliteit van zorg, waarbij meten van clienttevredenheid een belangrijk issue is (kiesbeter.nl!) een veranderende zorgvraag vanuit een meer heterogene groep geriatrische zorgvragers en last, but certainly not least, een krimpende arbeidsmarkt.

    Ook de gevolgen van de invoering van de WMO en het aanhoudend fuseren van instelling (met als doel het versterken van de machtspositie, het vergroten van efficiency en vergroting van innovatiekracht) passeerden de revue. Instellingen worden daarmee in een spagaat gedwongen die enerzijds 'leven met de dag' nodig maakt, vanwege financiële krapte, maar aan de andere kant een beleid voor de lange termijn, waarin winstgevend werken onmisbaar gaat worden.

    Cliëntgericht werken gaat ook veranderen volgens Kwadijk. Virtuele technieken en domotica gaan hierin een belangrijke plaats innemen, maar de vraag naar écht cliëntgericht werken zal ook toenemen, er dient plaats te zijn voor 'even stilstaan bij de dingen die gebeuren, en levensbeschouwing. 'De zusters zijn zo lief en lopen zich de benen uit het lijf' dient hiervoor het veld te ruimen.

    Het toekomstbeeld van Kwadijk zou Florence Nightingale op één bepaald punt als muziek in de oren hebben geklonken. Het verpleeghuis zal, volgens Kwadijk, in 2020 niet meer bestaan zoals wij dat nu kennen. Deze zullen zijn vervangen door (regionale) expertisecentra, waarin plaats is voor tijdelijke verpleging en behandeling. Ook zal er eerste lijnszorg aanwezig zijn, waarmee een nauwe samenwerking voor de thuiszorg gerealiseerd dient te worden. Ketenzorg en transmuralisering zijn daarbij sleutel begrippen. Nightingale had het dus bij het goede eind toen ze, zo'n 150 jaar geleden schreef:
    "..the ultimate destination of all nursing is the nursing of the sick in their own home... I look to the abolition of all hospitals and workhouse infirmaries. But it is no use to talk about the year 2000" -Florence Nightingale
    Al met al geen gekke schatting vanuit een tijd waarin de mestvaalt nog naast de deur lag!

    Kortom: het was een bijzonder leerzame, leuke en boeiende dag. En dat voor 25 schamele euro's! Als de komende congressen en conferenties van een vergelijkbaar niveau zijn, wordt het een top congresjaar.

    dr. G.J. van Hoytemastichting: bedankt!

    p.s. Wat ik bij de toespraak van prof. dr. Baars aangaf over de mogelijheid tot bestelling van een kopie van zijn lezing voor Saxionstudenten, geldt ook voor de overige sprekers van het lustrumcongres, voor zover hun lezingen zijn opgenomen in de syllabus. Laat hiervoor een reactie achter op het blog.

    zaterdag 20 september 2008

    Lustrumcongres dr. van Hoytemastichting: de ochtend

    Gisteren heb ik deelgenomen aan het lustrumcongres van de dr. G.J. van Hoytema stichting. Het veertigjarig bestaan moest natuurlijk gevierd worden en omdat te realiseren hebben ze een, naar mijn idee, leuke en zeer leerzame dag opgezet met als thema:

    Veroudering, vernieuwing en technologie

    Ik moest even wennen aan de hoeveelheid maatpakken, een handvol aardappels in kelen en het aanspreken van dat deel van mijn vocabulaire dat ik meestal probeer thuis te laten, maar eenmaal opweg was het smullen geblazen!

    De dag werd geopend door Dick Berlijn, die gevraagd was om de dag voor te zitten. Na een praatje over de gevaren die bij de enorme geldverkwanseling die de koude oorlog heette aan het licht kwamen (op 10 meter hoogte met 1000 km/h per uur vliegen), het belang van techniek en last but not least het belang van de invoering van briefings, was het de beurt aan een hartchirurg (prof. dr. mr. dr. BAJM de Mol) en een klinisch fysicus (ir. MDJ Lansbergen), om over de gevolgen van technologische vooruitgang te spreken in hun lezing: 'Zorg voor veiligheid in de zorg'. Wat is nu belangrijker? De techniek? Of de organisatie er om heen? Hoe creëren we veiligheid met en voor nieuwe technieken? Want: technologie wordt sneller oud. Maar technologie is ook overal om ons heen. En ook steeds meer om oudere mensen heen. Moeten we daar nog voorzichtiger mee zijn? In een zeer vlot samenspel wisten de twee heren boeiend te vertellen.

    Prof. dr. van der Meijden was de tweede spreker. Ik heb de beste man een keer eerder zien spreken, tijdens een HKZ bijeenkomst van mijn vorige werkgever. Voor degenen die niet zo 1,2,3 weten wie van der Meijden is: hij heeft het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima ingezegd in de kerk. En hij was, zoals altijd, weer bijzonder vermakelijk en vitaal. Ook in z'n tachtigste levensjaar! De mooie en minder mooie kanten aan het ouder worden werden op bijzonder humoristische en erudiete manier besproken in zijn lezing 'het imago van de Veroudering'.

    Voor de viering van het lustrum werd de ochtend afgesloten met een boekpresentatie. Dr. Quak heeft nl. een boekje geschreven over dr. G.J. van Hoytema, neuroloog en de oprichter van de stichting veertig jaar geleden. Van Hoytema was een chirurg die de ontwikkeling van techniek in de medische wetenschap een zaak van bijzonder hoog belang vond en zelfs nog heeft gelobby'd om Enschede te voorzien van een geneeskundige faculteit. Helaas voor Enschede werd dat destijds Maastricht. De oudste zoon van de al overleden neuroloog nam het boekje graag in ontvangst.

    De ochtend werd afgesloten met een uitgebreide lunch, waar het zoals gewoonlijk altijd bijzonder makkelijk is als vegetariër om een keuze te maken voor je maaltijd. Niettemin ook weer van hoogstaande kwaliteit.

    De middag volgt later!

    woensdag 17 september 2008

    Het recht om waardig te sterven

    Een tijd geleden heb ik, in navolging van het lezen van 'lessen voor levenden; gesprekken met stervenden' van Elisabeth Kübler-Ross het boek 'Het recht om waardig te sterven' van David Kessler gekocht. Gisteren heb ik het weer van de plank gepakt. Kessler was een student van Kübler-Ross en draagt haar werk verder. In zijn werk als huisarts is Kessler zeer regelmatig in aanraking gekomen met stervende mensen. Hierbij stuitte hij op allerlei vooroordelen en misconcepties over de dood en het sterven. Om mensen te leren met het sterven om te gaan heeft hij een aantal rechten van stervenden uiteengezet:
    1. Het recht om als een levend mens behandeld te worden.

    2. Het recht om de hoop niet te verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

    3. Het recht om verzorgd te worden door mensen die de hoop niet verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

    4. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over de dood.

    5. Het recht om betrokken te worden bij elke beslissing over je behandeling en verzorging.

    6. Het recht om verzorgd te worden door belangstellende, gevoelige, kundige mensen die proberen te begrijpen waar je behoefte aan hebt.

    7. Het recht op medische behandeling, ook wanneer het doel niet langer genezing is maar bestrijding van ongemak

    8. Het recht om op elke vraag een eerlijk en volledig antwoord te krijgen

    9. Het recht om te zoeken naar spiritualiteit

    10. Het recht om vrij te zijn van lichamelijke pijn

    11. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over pijn

    12. Het recht om kinderen bij de dood te betrekken

    13. Het recht om het stervensproces te begrijpen

    14. Het recht om te sterven

    15. Het recht om rustig en waardig te sterven

    16. Het recht om niet alleen te sterven

    17. Het recht om te verwachten dat het lichaam als tempel van de ziel ook na de dood gerespecteerd wordt
    Binnenkort zal ik op het blog een bespreking van het boek posten. Ik wil deze blogpost graag afsluiten met een citaat van Kübler-Ross, dat te vinden is aan het eind van hoofdstuk 1. Na een herseninfarct en een heupfractuur is zij zelf beland in het stadium waar ze haar werkende leven aan heeft gegeven; 'het laatste stadium van innerlijke groei'. Kessler komt bij haar op bezoek en stelt haar de vraag of ze advies heeft bij het schrijven van zijn boek over de rechten van stervenden. Haar antwoord:
    "Als we ons maar zouden realiseren dat we levende mensen goed moeten behandelen, zouden we niet stil hoeven staan bij de rechten van stervende mensen"
    Bron:
    Kessler, David (1998): Het recht om waardig te sterven. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes

    zondag 7 september 2008

    Dekkers over de vergankelijkheid

    Persoonlijk vind ik Midas Dekkers een erg prettige schrijver om te lezen. Zijn stijl is op een bepaalde manier vrij controversieel: zo is hij met 'lichamelijke beweging' een offensief gestart tegen de verheerlijking van sport. De 'kip en de pinguin' is een verzameling verassende kijkjes in de dierenwereld. In 'de vergankelijkheid' weet hij wederom een zaak van een opmerkelijke kant te belichten. Ditmaal geen neushoorns, hitlerkevers of pinguins, maar in de vergankelijkheid neemt Dekkers de veroudering van de mens tot onderwerp:
    "Tegen de tijd dat de eerste grijze haar verschijnt en je erg krijgt in je aftakeling, is het ergste achter de rug. Verouderen doe je het meest wanneer je het jongst bent. Met zijn kale koppie en tandeloze bekkie lijkt een pasgeboren baby niet alleen op een oud mannetje, hij is het in zekere in ook. Hij veroudert sneller dan hij ooit nog eens zal doen. In zijn jonge lijfje wordt niet alleen koortsachtig gebouwd, er wordt ook koortsachtig afgebroken. Een baby is een soort Rotterdam, waar ze gebouwen al slopen waneer ze net zijn opgeleverd, om er nog nieuwere, ook weer snel te slopen gebouwen voor in de plaats te zetten. In een volwassen lichaam wordt er veel langzamer gesloopt en gebouwd, meer zoals in oud Amsterdam. Maar weefsels zijn niet van steen. Hun vernieuwingskracht neemt steeds meer af. Bij oude mensen is de fut eruit en sterven ze. Maar dat is niet hun schuld. Niet het oude maar het jonge lichaam heeft de vitaliteit gebruikt. In een babymaand neemt het vermogen om versleten cellen door nieuwe te vervangen sneller af dan in een heel bejaardenjaar"(pag. 23)
    Dekkers weet een eloquente platvloersheid te combineren met een bijzonder grote kennis en gevoel voor illustratie. Vrij cynisch (daar moet je van houden), maar evenzo vermakelijk. En gegarandeerd wenkbrauwoptrekkend.
    Dekkers, Midas (1997): De vergankelijkheid. Amsterdam: Contact

    donderdag 28 augustus 2008

    Het Charles-Bonnet syndroom

    Dat je nooit te oud bent om iemand iets te leren bewees een hoogbejaarde dame (overigens nog goed bij de pinken!) op mijn stageplek afgelopen zomervakantie. Ze overhandigde me een artikel uit de TC Tubantia van 28 juli jl. genaamd 'Zien wat er niet is'. Zoals de titel van dit blogbericht laat raden ging het over het Charles Bonnet syndroom. Aanleiding was het onlangs daarover verschenen boek 'Neuroplasticiteit' van dr. Jo van der Meulen, dr. M. Derix en prof. dr. C. Lafosse.

    Eerstgenoemde zet in het interview voor de Tubantia een aantal zaken uiteen over het syndroom dat sinds 1989 aan een opmars lijkt te zijn begonnen: in dat jaar werden er 46 gevallen geregistreerd in Nederland. Tegenwoordig wordt de diagnose bij één op de zeven slechtziende ouderen gesteld.

    Veel slechtziende ouderen hebben dus last van het syndroom dat zich kenmerkt door hallucinaties die ontstaan ten gevolge van hetgeen hun hersenen doen met de onvolledige visuele informatie die via de ogen binnenkomt. Tenminste, dat is de theorie die bovengenoemde auteurs in het boek Neuroplasticiteit uiteenzetten, want de oorzaak van het probleem is nog niet erg duidelijk. De onvolledige informatie wordt volgens hen door de hersenen verwerkt tot een abnormaal beeld, waarbij wielrenners op het plafond kunnen fietsen en voegen van tegels wandelende takken kunnen vormen. Een belangrijk aspect van het syndroom is dat de patiënten zich bewust zijn van het feit dat ze hallucineren. Het gaat hier dus niet om wanen, waarbij iemand er van overtuigd is dat hetgeen is waargenomen ook daadwerkelijk waar is.

    De meeste patiënten kunnen goed omgaan met de gevolgen van het syndroom, maar één op de tien mensen met het syndroom vindt de hallucinaties uitermate storend en lijdt eronder. Therapie kan uitkomst bieden, door de patiënt bijvoorbeeld te overtuigen van het feit dat het niet gaat om een psychische stoornis (met vaak bijbehorende schaamte) of door het aanleren van methoden om de hallucinaties te laten verdwijnen. Hierbij kan het ontdekken van de oorzaak van de hallucinaties, zoals bijvoorbeeld TV kijken of het lezen van een boek belangrijk zijn. Het staken van de activiteit kan de hallucinaties doen stoppen.

    Zoals ik al schreef: nooit te oud om te leren.

    Vettax, maar dan voor mensen...

    In de Amerikaanse staat Alabama heeft men een nieuw wapen in de strijd tegen (de gevolgen van) overgewicht; werknemers met overgewicht krijgen tot 2010 de tijd om er wat aan te doen. Hierbij krijgen ze dan hulp aangeboden in de vorm van bijvoorbeeld adviezen van artsen en een gratis gezondheidscheck. Zijn ze desondanks niet in staat om binnen het tijdsbestek af te vallen dan gaan ze dat in de geldbuidel voelen: dik zijn kost dan namelijk zo'n 25 dollar (ongeveer 17 euro) per maand extra bovenop hun ziektenkostenverzekering. Voor rokers geldt een gelijksoortige regeling al in die staat, waar overigens een aanzienlijk deel van de bevolking kampt met heftig overgewicht.

    Nu ben ik er van overtuigd dat de obesitas epidemie in Nederland ook z'n wissel trekt op de gezondheidszorg in Nederland. Even bekeken vanuit de geriatrische optiek kijken we aan tegen een groeiend aantal obese ouderen, die (extreem) belastend zijn in de zorg, zowel op materieel gebied als op personeelsgebied. Degenen die ervaring hebben met het verzorgen van bijzonder zwaarlijvige cliënten weten wel waar ik dan over spreek... Tegenover dit groeiend aantal obese cliënten staat een beroepsgroep die op verschillende punten onder druk staat: waardering, beloning en gewoonweg het aantal beschikbare krachten aan het bed binnen de beroepsgroep.

    Dat dit vraagt om maatregelen lijkt me een uitgemaakte zaak. Maar ik vraag me af of zo'n systeem als men in Alabama hanteert werkt en of we het paard niet achter de wagen spannen. (Ik ga er overigens vanuit dat we de obesitas epidemie willen tegengaan en niet alleen de financiële gevolgen ervan)
    Voor de mond weg gesproken vraag ik me af of mensen eigenlijk nog wel weten waar 'we mee bezig zijn'. Voeding is nog nooit zo'n big issue geweest, maar toch lijken we hoe langer hoe meer mensen het spoor bijster te raken. Atkins, Sonja Bakker, Weight Watchers en allerlei rare diëten uit de alternatieve sector; de industrie haakt vrolijk in op ons dikker wordende Nederland en probeert mensen het idee te geven hoe gezond te eten en te leven.
    Onlangs is bijvoorbeeld de vermeende 'kaas' in bijvoorbeeld MacDonalds producten in een kwaad daglicht komen te staan, die misleidend zouden zijn in de vermelding van de kaas die werkelijk in hun producten zit. In plaats van echte kaas is er sprake van een bepaald olieproduct dat nogal op kaas lijkt. Consternatie alom. Maar laten we wel wezen; iemand die bij de MacDonalds verwacht ook maar in de buurt te komen van kwaliteitsvoedsel heeft wat mij betreft een steekje los. Zonder in een tirade over ons huidige voedingspatroon te willen losbarsten denk ik dat we in het algemeen richting een 'MacDonalds dieet' gaan. Onze voeding is vaak een geval van goedkope rommel, waarbij mensen een rad voor de ogen wordt gedraaid. (Drop wordt ondertussen als 'bewuste keuze' aangeprezen in de reclames, zo zag ik gisteren tot mijn schrik...)
    Kortom: we denken te weten wat we doen (al vraag ik me af in hoeverre dat echt het geval is), maar we handelen er nauwelijks naar. Iedere ziel met een half verstand weet dat een bepaalde levensstijl meer de neiging heeft om rondom de heupen of in het buikvet terecht te komen. Vreemdgenoeg hebben we constant guru's nodig om ons weer gruwelijk te laten falen en de obesitas epidemie in volle glorie doorgang te laten vinden. Gelukkig kunnen we nu MacDonalds weer iets meer in de beschuldigdenbank schuiven...
    Maar in dit geheel schuilt naar mijn idee een veel grotere potentie dan het bestraffen van mensen die te dik zijn; voorkomen is en blijft beter dan genezen. Laten we gewoon eens normaal doen over onze voeding: Stop met het eten van teveel bewerkt voedsel, teveel vlees, teveel snoep, snacks en frisdrank en zie voedsel voor wat het werkelijk is: broodnodig.
    Ik ben er van overtuigd dat we in een tijd leven waarin voedsel bijzonder goedkoop is, ja zelfs té goedkoop en te makkelijk verkrijgbaar in allerlei soorten en maten. (al levert het veel opgetrokken wenkbrauwen op wanneer men zo'n stelling poneert) En voor voedsel geldt naar mijn idee: goedkoop is duurkoop. Op termijn betaalt zich een weloverwogen voedingskeus terug en zeker niet alleen op gezondheidsgebied. Ik ben benieuwd wat een mentaliteitsverandering op het gebied van voeding in de ouderzorgsector teweeg kan brengen. Mensen zullen oud en ziek blijven worden, maar: 'quod me nutruit me destruit'! (wat mij voedt, vernietigd mij). Ik denk dat we mensen een stuk minder kunnen vernietigen.

    Vanuit die optiek zouden mensen beloond moeten worden voor het nemen van juiste keuzes, zoals in enkele staten volgens het AD bericht lijkt te gebeuren.
    Helaas zou die 17 euro dan ineens een stuk minder lijken naar mijn idee. Eenzelfde bedrag, maar als straf lijkt het een veel grotere hoeveelheid geld. Waarom zijn we als burgers zo ambivalent op dat gebied?

    Een vettax is wat mij betreft prima, maar dan op producten en niet op mensen. Niet in de laatste plaats omdat een tax op menselijk vetweefsel de genetische lotgevallen wel eens stevig zou kunnen discrimineren.
    Trouwens zou die 17 euro per maand wel snel terugverdiend zijn met het de deur uit schoppen van de TV of PC plus bijbehorende snacks. Maar dat is een ander verhaal. De ruggen, knieën en schouders van de toekomstige werknemers in de ouderenzorg zouden u evenwel dankbaar zijn.

    woensdag 13 augustus 2008

    De ontdekking van de hemel: de positieve kanten van ouder worden

    Toen ik tussen mijn 12e en 19e in de schoolbanken zat om een vwo diploma te halen deed ik dat doorgaans met plezier. Nou ja, wat er zich buiten de schoolbanken afspeelde was natuurlijk oneindig veel belangrijker, maar ik kijk graag terug naar die tijd, al doe ik het niet vaak.
    De afgelopen vakantie echter, moest ik er menig maal aan denken en dan met name aan de verplichte nummers tijdens Nederlands. 'Literatuur'. Mij mochten ze lek schieten: ik kon er geen lol in vinden om zonder het zelf te willen dergelijke werken door te spitten op zoek naar de personages, ontwikkeling ervan, thema's en literaire waarde. Gelukkig kon ik ook toen redelijk goed uit m'n woorden komen en behoedde een goed mondeling tentamen mij voor rampspoed. Ik had mij stellig voorgenomen om nooit meer een literair werk aan te raken. Al zou er voor Brusselmans een uitzondering gemaakt kunnen worden: ex-drummer heb ik in één ruk en blauw van het lachen uitgelezen. (de film is ook leuk, maar, om het cliché aan te halen: het boek is echt beter)

    Ondertussen zijn we een dikke 6 jaar verder en heb ik het nodige bijgeleerd. Ik zat er naast. Fictieve literatuur kan erg leuk zijn. Mijn vriendin is redelijk belezen en na wat kleine boekjes van Brusselmans, Campert en Giphart, heb ik nu ook besloten om die monsterlijke pil van Mulisch, 'De ontdekking van de hemel' te ontdoen van de mysteries die een ongelezen boek omhullen. Het exemplaar dat me al tijden uit de boekenkast aankeek is een vaalgelezen afgeschreven hardcover uit de Groenlose bibliotheek, met die onmiskenbare 'boekengeur', waarschijnlijk gekocht voor een belachelijk laag bedrag.

    Ik kan zeggen dat ik maar wat blij ben dat ik destijds het boek niet heb gelezen. De verhandelingen van Onno Quist en Max Delius laten zich mijns inziens absoluut in hun volle licht zien zonder een redelijk ontwikkelde algemene kennis waar natuurkundige, biologische, filosofische en politieke stromingen en theoriën een belangrijk deel van vormen.

    Mulisch heeft zijn best gedaan om zonder de intellectuele opdringerigheid die ik bij Giphart bespeurde in Gala (geen goed voorbeeld...) een prachtig verweven geheel van wetenschap, geschiedenis, filosofie en kinderlijk vrije fantasie te construeren.

    Zes jaar geleden had ik onmogelijk op eenzelfde wijze kunnen genieten van de literatuur. Ouder worden hééft z'n goede kanten en het mentale aspect van ouder worden kan tot op hoog bejaarde leeftijd een progressief karakter houden, getuige de vele briljante octagonarianen (80+) waarmee de geschiedenis bezaaid is.

    Bertrand Russell (te zien op de foto rechts) bijvoorbeeld, was tot twee dagen voor zijn dood een felle bestrijder van bezetting en geweld in Palestina/Israël(Griffin, 2007). De volgende tekst vond ik op Wikipedia, en is drie dagen voor zijn dood op 31 januari 1970 geschreven.Een dag na zijn dood werd dit laatste bericht van Russell aan de wereld op een parlementaire conferentie in Caïro voorgelezen:
    "The tragedy of the people of Palestine is that their country was "given" by a foreign power to another people for the creation of a new state. The result was that many hundreds of thousands of innocent people were made permanently homeless. With every new conflict their numbers increased. How much longer is the world willing to endure this spectacle of wanton cruelty? It is abundantly clear that the refugees have every right to the homeland from which they were driven, and the denial of this right is at the heart of the continuing conflict. No people anywhere in the world would accept being expelled en masse from their own country; how can anyone require the people of Palestine to accept a punishment which nobody else would tolerate? A permanent just settlement of the refugees in their homeland is an essential ingredient of any genuine settlement in the Middle East. We are frequently told that we must sympathise with Israel because of the suffering of the Jews in Europe at the hands of the Nazis. […] What Israel is doing today cannot be condoned, and to invoke the horrors of the past to justify those of the present is gross hypocrisy."
    Hij was toen 97 jaar oud! Zijn lange leven lang was hij in staat om zijn mentale rijkdom te vergroten en te gebruiken in zijn passie en strijd voor vrede, rationaliteit en analytisch atomisme.

    Over Goed Oud Worden gesproken.
    bronnen:
    Griffin, N (2007): Russell's relevance today. The Bertrand Russell Research Centre Newsletter nr. 5 summer 2007 pag. 1

    Mulisch, H. (1992): De ontdekking van de hemel. Amsterdam: De Bezige Bij
    ISBN: 9023461231

    Citaat: http://en.wikipedia.org/wiki/Bertrand_Russell

    dinsdag 12 augustus 2008

    Ouder worden, fruitvliegjes, genen en de ziekte van Alzheimer.

    Een schijnbaar 'random' verzameling termen in de titel, maar Chun-Fang Wu van de univerisiteit van Iowa heeft er een verband in gevonden, zo valt te lezen op de website van Scientific American (S.A.).

    Ze onderzocht (zoals zovelen) groepen van drosophila melanogaster, ook wel bekend als het fruitvliegje. Het eigene van haar werk (en een van haar studenten): onderzoeken of er een genetische oorzaak te vinden is voor het verschijnsel dat omgang met jonge soortgenoten de levensverwachting van ouderen verhoogt. Dit is volgens S.A. een goed gedocumenteerd verschijnsel bij zoogdieren zoals ratten en niet-menselijke primaten, waar Wu nu dus een genetische oorzaak voor lijkt te hebben gevonden.

    In haar onderzoek pastte Wu de genetische informatie van de fruitvliegjes aan op het zgn. Sod1 gen. Dit gen wordt bij mensen in verband gebracht met twee zeer ernstige ziektes: Alzheimer en ALS. Door de genetische informatie van de vliegjes aan te passen verkortte Wu de levensduur van de fruitvliegjes met 75%. Vervolgens onderzocht zij de gevolgen van het 'hokken' met jongere soortgenoten. En die gevolgen bleken niet gering: de Sod1 mutanten bleken twee keer zo lang te leven en werden fysiek gezien actiever, wanneer zij 'omgingen' met de actievere jongelingen! Toen de jonge fruitvliegjes werden ontdaan van hun vleugels, bleek dit effect te verdwijnen, hetgeen er op duidt dat de fysieke activiteit van de jongere vliegen van belang is in het verschijnsel.

    Naast dat lichamelijke activiteit an sich al heilzaam is gebleken voor ouderen, begint nu dus ook duidelijker te worden dat het in de omgeving hebben van jonge actievelingen ook een gunstig effect heeft op ouderen en, niet in het geheel onbelangrijk, waarom dit zo is.
    Wu, C.F & Ruen H: (2008): Social interaction-mediated lifespan extension of Drosophila Cu/Zn superoxide dismutase mutants. PNAS May 27, 2008 vol. 105 no. 21 p. 7506-7510

    maandag 11 augustus 2008

    Griepvaccinatie

    De jaarlijkse griepvaccinatie komt er weer aan; tijd voor discussies over het waarom wel of waarom niet van het nemen van een vaccinatie. Persoonlijk laat ik met een gerust hart een (intramusculaire) vaccinatie zetten.
    Helaas voor ouderen: de standaard griepvaccinaties blijken een sterk verminderd immuniserend effect te hebben. Waarom dit zo is, is niet precies duidelijk, maar een nieuwe injectietechniek biedt wellicht hoop: Het intradermaal injecteren is volgens Holland et al. (2008) significant effectiever in het verhogen van de titers van de gevaccineerde ouderen.
    Aangezien de bevindingen niet helemaal sluitend zijn (er was één test waarin de intradermale toediening geen superieur resultaat boekte t.o.v. de conventionele methode) en er wordt vermeld dat er mogelijke een verstrengeling van belangen is voor enkele onderzoekers, lijkt het me dat verder onderzoek dient plaats te vinden, maar hoopvol is het wel.

    Holland, D et al. (2008): Intradermal Influenza Vaccine Administered Using a New Microinjection System Produces Superior Immunogenicity in Elderly Adults: A Randomized Controlled Trial. The Journal of Infectious Diseases 2008;198 DOI: 10.1086/590434

    dinsdag 15 juli 2008

    Botbreuken op latere leeftijd en fysieke activiteit in de vrijetijd.

    Vijfendertig jaar, meer dan 2.200 deelnemers en zeven pagina's onderzoeksverslag in PLoS: 'Leisure physical activity and the risk of fracture in men'.

    Het gaat hier om een longitudinaal onderzoek naar de relatie tussen de mate van fysieke activiteit na het 50e levensjaar en het voorkomen van heupfracturen bij mannen in dezelfde leeftijdscategorie (>49 jaar).

    Het idee is dat lichamelijke activiteit de botdichtheid vergroot en dat dit gegeven terug is te zien in het voorkomen van (heup)fracturen op latere leeftijd. Gedurende de jeugd bouwt de botmassa zich op, waarbij rond je 26e levensjaar de zgn. piekbotmassa wordt bereikt: de dichtheid van je botten is dan op z'n grootst en zal gedurende je verdere leven globaal gezien afnemen: de balans tussen opbouw en afbraak van botweefsel slaat steeds meer door in de richting van afbraak.

    Doel en opzet van het onderzoek:
    Aangezien het onduidelijk was wat de invloed van de intensiteit van lichamelijke activiteit in de vrije tijd op het voorkomen van fracturen is, zijn de onderzoekers in 1979 begonnen met het onderzoek door deelnemers uit te nodigen aan het onderzoek mee te doen. Hierbij richtten zij zich op mannen tussen 49 en 51 jaar oud in Uppsala (Zweden). Er deden 2.203 mannen mee bij aanvang van het onderzoek. Gedurende het onderzoek werden op verschillende punten (50, 60, 70, 77 en 82 jaar) een aantal zaken onderzocht zoals mate van fysieke activiteit, fysieke capaciteit, het voorkomen van fracturen, wel of niet getrouwd, gescheiden, wel of geen roker etc. (klik hier voor de gegevens aan het begin van het onderzoek) De mate van fysieke activiteit in de vrije tijd werd ingedeeld in drie categoriën: laag, middelmatig en hoog. Tijdens de analyse van de gegevens is er rekening gehouden met uiteenlopende zaken, zoals alcohol misbruik, kanker, wel of niet roken, burgerlijke staat, gebruik van pijnmedicatie etc.

    Resultaten:
    Aan het einde van de 35 jaar durende onderzoeksperiode was meer dan de helft van de 2.205 deelnemers overleden: 1329 hadden 'de eindstreep' niet gehaald. Tijdens het onderzoek liep 22% van de deelnemende mannen (482) een fractuur op. Zes procent (134) liep een heupfractuur op. In volgende grafiek is weergegeven hoe gedurende de onderzoeksperiode het aantal fracturen en heupfracturen is verlopen:

    Klik op de afbeelding voor de grote versie)

    Uit het onderzoek bleek dat binnen de groep 'sedentaire' mannen de deelnemers de grootste kans (20,5%) op een heupfractuur hadden, gevolgd door de 'medium' groep (13,3%) en als laatste de groep vrijetijdszweters waarvan 8,4% een heupfractuur had opgelopen:

    Klik op de afbeelding voor de grote versie)

    Kijkend naar de alle fracturen bij elkaar blijkt dat 43,6% van de mannen uit de 'lage activiteitsklasse' een fractuur had opgelopen, in de mediumgroep was dit 33,3% en in de hoge activiteits groep 30,2%.

    Klik op de afbeelding voor de grote versie)

    De gegevens zijn zoals gezegd aangepast voor bepaalde zaken, waardoor de onderzoekers een tweetal modellen konden maken: Een waarbij de verandering in fysieke activiteit in de vrijetijd is doorberekend en een waarbij verschillende zaken als fysieke activiteit op het werk, roken, diabetes etc.

    Klik op de afbeelding voor de grote versie)

    Uit de gegevens blijkt dat met name het voorkomen van heupfracturen frequenter wordt bij het afnemen van de mate van activiteit in de vrijetijd, voor fracturen in het algemeen was dit effect minder, maar nog steeds aanwezig. De onderzoekers stellen dat ongeveer een derde van de heupfracturen door een hoge mate van fysieke activiteit voorkomen had kunnen worden.

    Bron:
    Michaëlsson K, Olofsson H, Jensevik K, Larsson S, Mallmin H, et al. (2007) Leisure Physical Activity and the Risk of Fracture in Men. PLoS Med 4(6): e199
    PLoS Medicine - www.plosmedicine.org

    donderdag 3 juli 2008

    Multidisciplinaire Mondzorg

    In 2007 heeft de NVVA, de beroepsvereniging van verpleeghuisartsen en sociaal geriaters, de richtlijn 'Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen' uitgebracht. De richtlijn bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Om de hoofdpublicatie te openen: klik op de afbeelding aan de linkerzijde.

    Een van de interessante dingen aan deze richtlijn is dat ze in beginsel al multidisciplinair is, maar dat er daarnaast extra aandacht is voor de rol van verzorgenden en verpleegkundigen in de vorm van een aparte brochure:

    (Klik op de afbeelding om de brochure te openen)
    In de publicaties, die bedoeld zijn voor de mondzorg van verpleeghuisbewoners, is onder andere aandacht voor de oorzaken en gevolgen van slechte mondzorg, mondzorg op cliëntniveau, en de samenwerking tussen de verschillende discplines. In de richtlijn is aan het einde van ieder hoofdstuk een overzicht van conclusies, inclusief de aanbevelingen en de kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs.
    De overzichtskaart geeft een overzicht van aandachtspunten voor mondzorg van zowel 'dentate' als 'adentate' cliënten.

    In de bijlagen zijn een begrippenlijst, allerhande (anamnese)formulieren en een samenvatting van de proefimplementatie 'mondzorg bij zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen' (uitgevoerd bij tien verpleeghuizen) te vinden

    zie ook:
    Handboek Integrale Mondzorg (Sigra 2006)

    Mondzorg bij ouderen. Een verslag dat we als VGG projectgroep hebben gemaakt

    woensdag 18 juni 2008

    Alzheimer in een ander licht

    Wetenschappers hebben mogelijk een manier gevonden om de ziekte van Alzheimer 'in vivo' (d.w.z. terwijl je nog leeft) te diagnosticeren. Want, alhoewel het duidelijk is dat het aantal mensen met de ziekte van Alzheimer flink zal stijgen, het vaststellen van de ziekte zelf is tot op heden in feite pas na de dood met zekerheid te doen: de vorming van zgn. 'amyloid plaques' en neurofibrillaire 'knopen' toont de ziekte van Alzheimer aan. Beiden zijn gevolg van een stoornis in de manier waarop eiwitten in de hersenen samen 'klitten' en daardoor belangrijke processen verstoren. De plaques (die alleen onder de microscoop zichtbaar zijn en ook wel 'seniele plaques' worden genoemd) nemen toe met het vorderden van de ziekte.

    (klik op de afbeeldingen voor een grote versie)
    Op de afbeelding zijn de seniele plaques met zilver aangegeven:
    afbeelding van wiki

    neurofibrillaireknopen:


    En hier komen bovengenoemde wetenschappers in beeld. Beter gezegd: zij brengen in beeld, want ze hebben ontdekt dat deze plaques een te herkennen invloed uitoefenen op infrarood licht. Het volledig onschadelijke licht wordt na door de hersenen te zijn gestuurd opgevangen en verwerkt, waarbij de onderzoekers duidelijke verschillen konden aantonen tussen mensen met en mensen zonder de plaques (en dus Alzheimer) op basis van de verstrooiing van het licht.

    Wonderlijk.

    Verder onderzoek naar het gebruik van de methode is nodig (en gaande), maar dit is een prachtige stap in de goede richting!
    Hanlon, E.B., Perelman, L.T., Vitkin, E.I., Greco, F.A., McKee, A.C., Kowall, N.W. (2008): Scattering differentiates Alzheimer disease in vitro. Optics Letters, 33(6), 624. DOI: 10.1364/OL.33.000624

    donderdag 12 juni 2008

    Ethiek en de gerontologisch geriatrische verpleegkunde

    Vanuit een interesse voor filosofie en ethiek kwam ik een tijdje geleden terecht op het document 'goed oud worden' door Frits de Lange, zoals jullie eerder al konden lezen op het blog. Het artikel inspireerde me om er een beroepsproduct op te baseren en er een verslag over te schrijven aan de hand van het stappenplan voor een ethische reflectie.

    Het resultaat vind je hier: 'Ethiek en de gerontologisch geriatrische verpleegkunde'

    voor meer informatie over de ethische reflectie of een gelijkend stappenplan zie:

    Bolt, LLE et al. (2005): Ethiek in praktijk. Assen: Koninklijke van Gorcum

    woensdag 14 mei 2008

    Frits de Lange over 'succesfull aging'

    Frits de Lange, hoogleraar ethiek aan de theologische universiteit te Kampen houdt zich bezig met de gerontologische ethiek. Hierover houdt hij ook een blog bij, maar daarnaast zijn er van hem ook een aantal artikelen op internet beschikbaar, waarvan ik 'Goed oud worden' graag onder de aandacht zou willen brengen.

    In het artikel neemt Frits de Lange ons mee op een zoektocht door de verschillende visies op succesfull aging, zoals deze te destilleren zijn uit de werken van (grote) filosofen zoals Immanuel Kant. Doel van deze zoektocht is het antwoord op de vraag wat we nodig hebben in onze huidige maatschappij om tot een volwaardige visie op ouder worden te komen: is het 'Zwitserlevengevoel' wel toereikend?

    zondag 11 mei 2008

    Anti-psychotica en longontsteking

    Recentelijk onderzoek, uitgevoerd in het UMC Utrecht onder bijna 23.000 patiënten, heeft een verband aangetoond tussen het voorkomen van longontsteking en het gebruik van anti-psychotica door ouderen. Een verhoging van de kans op longontsteking met 60% is het slechte bericht dat de onderzoekers ons brengen. Het risico blijkt het grootst te zijn in de eerste week van het gebruik van de anti-psychotica, waarbij a-typische anti-psychotica (de groep waartoe o.a. clozapine, risperidon en olanzapine behoren) het grootste risico op longontsteking vertoonden.

    Referentie:

    Wilma Knol, Rob J. van Marum, Paul A. F. Jansen, Patrick C., Alfred F. A. M. Schobben, Antoine C. G. Egberts(2008): Antipsychotic Drug Use and Risk of Pneumonia in Elderly People ; Journal of the American Geriatrics Society 56 (4) , 661–666
    (link met abstract)

    donderdag 24 april 2008

    NVVP over het delirium

    De Nederlandse Vereniging Voor Psychiatrie stel diens publicatie 'Richtlijn Delirium' (2004) beschikbaar op internet. In de 128 pagina's tellende publicatie is te lezen wat er nu precies in de verschillende 'standaardwerken' (zoals de DSM-IV en de ICD-10) onder een delirium wordt verstaan. Het biedt verder uitgebreid aandacht aan het medisch handelen rondom de verschillende vormen van het delirium en onderzoek dat er naar gedaan is. Voor verpleegkundigen wordt het vanaf pagina 60 extra interessant.

    Veel leesplezier in:

    Mw. dr. R.C. van der Mast et al (2004): Richtlijn delirium, uitgeverij Boom Amsterdam
    (ISBN: 90 8506 021 4)

    maandag 24 maart 2008

    Kunstzinnigheid en dementie!

    Het is al laat, maar bij het lezen van het artikel 'Alzheimer's patients retain their taste in art' kon ik het niet nalaten. Het artikel is gebaseerd op:

    Halpern, A. R., Ly, J., Elkin-Franklin, S., & O'Connor, M. G. (in press). I know what I like: Stability of aesthetic preference in Alzheimer's disease. Brain and Cognition. (bron)

    hetgeen te vertalen is als: 'Ik weet wat ik mooi vind: stabiliteit van esthetische voorkeuren bij mensen met de ziekte van Alzheimer'

    Het komt er in het kort op neer dat ze de volgende proef hebben gedaan:
    Twee groepen; 17 gezonde ouderen en 16 met waarschijnlijke Alzheimer moesten 3 ansichtkaarten met op elk van de ansichtkaarten een kunstwerk uit een bepaalde stijl op volgorde van voorkeur zetten. De verschillende stijlen:

    realistisch (voorbeeld)
    geabstraheerd (voorbeeld)
    abstract (voorbeeld)
    Twee weken later werd beide groepen gevraagd dezelfde handeling nogmaals te doen. Er bleek sprake te zijn van relatief weinig verschil in algehele voorkeur, waarbij de 'Alzheimer groep' een zelfde mate van stabiliteit van voorkeur bleek te hebben als de gezonde groep!

    Maar het word nog interessanter: In een tweede experiment werd een exact gelijke opzet gehanteerd, ditmaal met twee groepen van twintig personen en de toevoeging van een geheugentest:

    De voorkeur voor stijl bleek ook deze keer weer gelijk met de gezonde groep, maar de Alzheimer groep scoorde zeer slecht op de herkenningstest: het feitelijke beeld waren ze geheel vergeten.

    Wat mooi is lijkt dat ook lang te blijven, wat het ook zij.