Posts tonen met het label Ethiek en Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ethiek en Filosofie. Alle posts tonen

maandag 15 december 2008

Wie schrijft, die blijft...

Het spreekwoord gaat echter sinds kort niet meer op: Een inwoonster van Nieuw Zeeland heeft een 'NTBR' verklaring op haar borst laten tatoeëren. NTBR staat voor 'Not To Be Rescucitated', wat dan weer Engels is voor 'Niet Reanimeren'.

De 79 jarige Paula Westoby uit Dunedin heeft de beslissing genomen, omdat, naast de voor de hand liggende reden, ze ook de discussie in Nieuw Zeeland omtrent het zelf verkiezen van het tijdstip van de voleinding van het leven wil aanwakkeren. Euthanasie is daar, zoals op de meeste plaatsen in de wereld, verboden. Klik hier voor een Engels gesproken TV fragment, waar de vrouw te zien is, terwijl ze getatoeëerd wordt. Lijkt me geen prettige plaats voor een tatoeage...
Ze kreeg het idee van een 80-jarige vrouw, die naar eigen zeggen de tatoeage als vanaf haar 21e had. 'She thought it was a bloody good idea'

Natuurlijk vind ik het tof dat een dame op die leeftijd zich naar de tatoeageshop begeeft. (wat nou saaie ouderen?) Haar tatoeage is, zoals ik zovaak betatoeëerden heb horen beweren, een écht onderdeel van haar zelf. Voor de fanatieken is het een 'way of life'. En daar vormt Paula Westoby geen uitzondering op.

Het is een sterk statement, dat in Nederland om een andere reden aandacht verdient naar mijn idee. Want, kijkend naar de plek waar de vrouw haar verklaring heeft laten zetten, kan ik enkele praktische bezwaren aantekenen die ook relevant zijn voor het reanimatiebeleid in de thuiszorg. Hoe maak je nl. duidelijk dat je niet gereanimeerd wil worden? Collega studenten en verpleegkundigen uit de intramurale wereld geven meestal snel aan dat het dossier voorzien wordt van een sticker o.i.d. Maar wat te doen in woonzorgcomplexen, waar thuiszorg wordt geleverd? Meneer loopt op de gang, krijgt een 'hartaanval' en valt neer. Geen dossier in de buurt. Maar meneer 'is' NTBR. Wat nu? De NVVE heeft een oplossing. En het kost 37,50 per persoon.

De NVVE heeft een niet-reanimerenpenning: En die lijkt volgens Postbus 51 rechtsgeldigheid te hebben, al wordt dit niet expliciet aangegeven en vermelden ze de noodzaak van goede afspraken met naasten en de (huis)arts. De NVVE vermeldt op hun site dat de penning geheel rechtsgeldig is. Ook de Nederlandse Reanimatie Raad erkent de penning duidelijk. In het Reformatorisch Dagblad vond ik een artikel waarin tegengeluiden worden geventileerd. De stelling dat de penning niet aan de papieren voorwaarden van een schriftelijke verklaring voldoet is volgens een aantal 'pro life' advocaten reden om deze niet rechtsgeldig te laten verklaren. Staatssecretaris Bussemakers heeft deze klachten na lezing van de wet naast zich neergelegd:
Het artikel in het Reformatorisch Dagblad (*1) waar u naar verwijst, stelt dat een wilsverklaring pas rechtsgeldig is nadat deze schriftelijk en op papier is vastgelegd. Artikel 7:450 lid 3 BW en 7:540 lid 1 en artikel 7:451 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vereisen een schriftelijke verklaring. Zij stellen geen vereisten over het medium waarop deze verklaring tot uitdrukking wordt gebracht. Ik deel de uitleg van deze artikelen uit het bericht dus niet.
Ook vanuit de beroepsvereniging Ambulancezorg is kritiek te lezen. Ook zij leveren kritiek op het medium. Een ander probleem dat zij zien, maar dat in principe niet specifiek is voor de penning is dat men moeilijkheden heeft met het stoppen van een reeds gestarte reanimatie.
V&VN Ambulancezorg maakt ook ernstig bezwaar tegen een in de richtlijn geformuleerde norm namelijk dat een reeds gestarte reanimatie dient te worden gestopt, op grond van de aanwezigheid van een niet-reanimerenverklaring, als deze boven tafel komt, ná de start van de reanimatie. Hoe nu te handelen indien de reanimatie blijkt te lukken? Betekent dit dan dat een hulpverlener de ingrijpende beslissing moet nemen om een eerder op juiste gronden ingezette behandeling, die dus resultaat vertoont, af te breken?
Dit laatste lijkt me inderdaad een goede vraag! In het geval van de penning die om de hals gedragen wordt, lijkt me dit evenwel vreemd. Hier kan naar gezocht worden. Maar een persoon bij wie ondertussen succes is geboekt, valt naar mijn idee niet meer onder de categorie 'wel of niet reanimeren', deze ís gereanimeerd. Niettemin zou ik willen zeggen: een reeds gestarte reanimatie moet weer afgebroken worden, als deze niet succesvol is. En harde rechtsgeldigheid van de penning zou duidelijkheid bieden. De (oudere?) mens die de NTBR beslissing neemt, dient serieus genomen te worden. Dat is diens recht als mens. Nieuwe maatschappelijke problemen vragen om progressie, niet het vasthangen aan oude lezingen en situaties, hoe precair ook.
Persoonlijk vind ik de argumenten van de pro life beweging op het eerste gezicht nogal slapjes, maar goed, laat ik bij m'n leest blijven; wat levert de niet-reanimerenpenning ons wel op? Naar mijn idee wordt er op twee manieren aan de eerder gestelde problemen (in een extramurale situatie) tegemoet gekomen:
Er wordt altijd een verklaring gedragen (en deze is duidelijk aanwezig) en men hoeft niet op hoogbejaarde leeftijd naar de plaatselijk tattoozaak. Want ik denk dat veel ouderen dit toch een brug te ver zal zijn.
Wederom blijkt echter wel weer dat de maatschappelijke verschuivingen vragen oproepen die ons voor hete vuren stellen; welke kant men ook kiest, gezien de aard van het onderwerp, zal de discussie verhit zijn.

woensdag 10 december 2008

Je zou het bijna vergeten...

Maar de Universele Verklaring van de Rechten van de mens is vandaag zestig jaar geworden. Op 10 december 1948 werd deze verklaring aangenomen door de Verenigde Naties en heeft sindsdien een grote rol gespeeld in onze wereld, al is de verklaring niet bindend en is er ook kritiek op de UVRM. Niettemin zijn er op basis van de UVRM nieuwe verdragen opgesteld en aangenomen, zoals het verdrag tegen martelen, en zijn er ontbrekende rechten in andere verdragen opgenomen.

Het lijkt me goed om er zo af en toe naar te kijken.

Klik hier om Artikel 1 te lezen. Ik vraag me af in hoeverre fixatie niet door artikel 5 verboden wordt.

maandag 13 oktober 2008

Vervolging voor hulp bij zelfdoding in Almelo

Via de RSS feed van TVV online las ik vandaag een artikel over de consternatie die is ontstaan rondom de zelfdoding van een 80 jarige vrouw in een verpleeghuis in Almelo op 24 november 2007. Zelf heb ik destijds niets meegekregen van het voorval, maar aangezien ik afgelopen week een StudieLoopbaanBegeleidings (SLB) bijeenkomst had, waarin we het over suïcide hebben gehad, trok het mijn aandacht direct.

Tijdens de les hebben we de documentaire 'Mag ik dood' van Eveline van Dijck bekeken, waarin zij zichzelf en anderen aan het woord laat over de zelfdoding van hun naasten. De docu is hier te bekijken en zéér aanbevelenswaardig.

In de (vele!) berichten rondom de zelfdoding van de 80 jarige in Almelo is eigenlijk niet heel erg veel informatie te halen wat betreft de inhoud van de (hulp bij) zelfdoding. Er wordt wat modder heen en weer gegooid en de indruk lijkt ook gewekt te worden dat in het oosten van het land de kijk op deze zaken anders is dan in het westen.
In ieder geval heeft het verpleeghuis zich verre van de hulp bij zelfdoding gehouden, nadat - volgens de verpleeghuisarts - toepassen van euthanasie uitgesloten was. Vervolgens werd de Stichting Vrijwillig Leven (SVL) ingeschakeld en daar plukken ze nu zure vruchten van: ze worden vervolgd voor hulp bij zelfdoding, dat strafbaar is volgens de Nederlandse wetgeving.
Vanuit de instelling werd aangifte gedaan tegen de SV) en de familie van de overleden vrouw, zo begrijp ik uit de berichtgeving.

Nu wil ik mij op het moment niet begeven in een oordeel over de zaken, aangezien ik de 'ins en outs' van het geheel niet ken, maar ik denk er persoonlijk het mijne van. Natuurlijk is deze mening sterk gekleurd door mijn levensvisie, waarin ik alle ruimte zie voor de noodzaak van een waardige en zonodig zelfgekozen dood en, zeker niet onbelangrijk, goede begeleiding daarin door kundige instanties. Deze instanties (zoals bijvoorbeeld de Einder, of de SVL) begeven zich echter in een bijzonder moeilijk gebied, waar vervolging door justitie op de loer ligt. Ik kan mij echter niet voorstellen dat een dergelijke stichting zich in de vingers zal snijden, door de wetgeving op dit vlak met voeten te treden. Er is in ieder geval al vast komen te staan dat er geen sprake is geweest van actieve levensbeëindiging door de voorzitter van de SVL.

Voor degenen die zich willen voorzien in een gefundeerde uiteenzetting over suïcide kan ik het boek 'Suïcide, wat is er tegen; zelfdoding in moreel perspectief' van harte aanbevelen. Het is geschreven door H.M. Kuitert en via Bol.com voor 8 euro tweedehands verkrijgbaar, zo ontdekte ik.

Ik hoop in ieder geval dat de 80 jarige vrouw de dood heeft gehad die ze wenste.
Het is me echter eens te meer duidelijk geworden dat ethische vraagstukken rondom het levenseinde in toenemende mate belangrijk aan het worden zijn. Een (seculiere) ethiek die kijkt naar kwaliteit van leven lijkt daarin een onafwendbare opmars te maken, met alle (positieve) gevolgen van dien. Nu maar hopen dat politiek Den Haag zich uit de impasse die door de CU lijkt te zijn opgeworpen weet te ontworstelen en de uitzonderlijk belangrijke vragen gaat stellen én beantwoorden.

Want het is vijf voor twaalf als het om die vragen gaat, zoveel is duidelijk.

maandag 22 september 2008

Lustrumcongres dr. van Hoytemastichting: de middag

Zoals beloofd: Deel twee van het lustrumcongres van de dr. G.J. van Hoytema stichting!

Voor het middagprogramma was er keuze uit een aantal thema's, waarvan (vanzelfsprekend) het thema 'geriatrie' mijn voorkeur genoot. En zo geschiedde:

Het middagprogramma vond plaats onder de bezielende leiding van prof. dr. D.H. Sipsma die z'n strepen heeft verdiend als huisarts, verpleeghuisarts, sociaalgeriater, klinisch geriater, verpleeghuisdirecteur en hoogleraar klinisch geriatrie aan de rijksuniversiteit Groningen.

Maar prof. dr. J. Baars mocht het spits afbijten. De (o.a.) bijzonder hoogleraar Gerontologie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht hield een lezing genaamd 'Paradoxen van het ouder worden', waarin hij zijn theorie van vereindiging uiteenzette. Nu is filosofie een van mijn interesses, dus ik verwachtte er veel van. En niet zonder reden! Het voert veel te ver om volledig beeld van zijn lezing te geven (voor zover ik daartoe in staat zou zijn), maar er zijn drie aandachtspunten uit zijn lezing die ik graag onder de aandacht wil brengen:
1. Er heerst in de hedendaagse maatschappij een versnelling van de veroudering. Baars doelt hierbij zeker niet op lichamelijke veroudering, maar op de maatschappelijke kijk op veroudering. Meer specifiek de fixatie op de eerste 'rimpelvorming' en andere zogenaamde onvolmaaktheden, die 'alleen met grote overdrijving als een probleem beschouwd kunnen worden', om prof. Baars te citeren.

2. De commercie die achter punt één schuil gaat (en die is enorm!) schetst een beeld van volmaaktheid dat te koop lijkt te zijn, met natuurlijk de meest nieuwe en met een zweem van wetenschappelijkheid gepresenteerde zalfjes en behandelingen. De vraag wat een goed leven is, wordt op die manier vervangen door de vraag hoe wij, stervelingen, met onze per definitie onvolmaakte en kwetsbare lichamen het gephotoshopte en onhaalbare beeld van de ideaal uitziende mens kunnen benaderen.

3. Het derde punt bouwt weer voort op punt twee; het onhaalbare ideaal van uiterlijk vertoon scheept de jongere volwassene op met de druk van een gemanipuleerde jeugdcultuur. Het gevecht tegen de veroudering wordt dan echter wel een gevecht tegen de spreekwoordelijke bierkaai. Het toekomstbeeld verwordt tot een problematisch geheel met een gerontofobie, de angst voor het ouder worden als gevolg. En dat in een periode waarin het vooruitzicht op een lange levensduur bijkans gemeengoed geworden is.
De Saxionstudenten en docenten die geïnteresseerd zijn in de rest van zijn verhandeling kunnen een reactie achterlaten op dit bericht. Ik zal deze personen dan voorzien van een kopie à 1 euro (14 pagina's) van zijn artikel in de syllabus van het congres. Zeer zeker een aanrader! Een beetje speurwerk leverde overigens het volgende resultaat: klik hier voor zijn praktisch gelijke Plenaire lezing HOVO Boekenweek Symposium

De volgende spreker, de in 2004 afgestudeerde bouwfysisch ingenieur ir. J. van Hoof, hield een presentatie over domotica voor mensen met dementie. En die was niet mals. Gaandeweg kreeg ik de indruk dat de zaligmakende technologische vooruitgang voor dementerenden een ware last kan zijn. Ook waar deze bedoeld is om het de dementerende 'gemakkelijker' te maken! Domotica voor dementerenden vraagt om een individuele benadering van de situatie. Verschillen op het gebied van cognitie, apraxie, tremoren, zicht etc. maken dat iedere situatie om een andere benadering vraagt. Zijn relaas op eerder onderzoek baserend gaf van Hoof een een aantal ontwerpeisen voor domotica bij dementerenden:
Er dient geen training voor nodig te zijn (intuïtief)
De techniek moet er bekend uitzien
De controle dient niet weggenomen te worden van de gebruiker
Een minimum aan gebruikersinteractie
De gebruiker moet gerust gesteld worden
Dat dit niet zonder reden is, verduidelijkte hij aan de hand van een aantal voorbeelden, waarbij ik de airconditioning het sprekendst vond: de persoon in kwestie realiseert zich niet waar de plotselinge temperatuurswisseling vandaan komt en begint zich spontaan aan- of uit te kleden. Het dossier vermeldt dan nogal eens: dhr/mw vertoont seksueel ontremd gedrag! Met de zomers van 2003 en 2006 in het achterhoofd is er echter een run ontstaan op goede koeling in intramurale zorgsettings, die een nadruk leggen op preventie van sterfte en daarbij voorbij gaan aan het voor dementerenden zo belangrijke comfort.

Een ander zeer sprekend onderdeel van zijn lezing vond ik het belang van de installateur. Ik heb me al vaker afgevraagd hoe het nu voor een installateur moet zijn om in een verpleeg- of thuiszorgsetting met dementerenden aan de slag te moeten. Volgens van Hoof is deze rol essentieel; de installateur van de techniek dient op de hoogte te zijn van zijn doelgroep en (herhaaldelijk gestelde!) vragen rustig te beantwoorden en goed te luisteren.

Na de vlotte presentatie van van Hoof was het de beurt aan prof. dr. Sipsma zelf. Deze strijdbare pleitbezorger voor de novogeront, de nieuwe oudere gaf een sociaal filosofische beschouwing van de 'novogeront in evolutionair perspectief'. Helemaal te gek, want naast filosofie is één van mijn andere hobbymatige interessegebieden de evolutietheorie. Sipsma, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw werkzaam op het gebied van de geriatrie ging daarbij in op de nieuwe eigenschap in de evolutie van de mens: de geriatric society, die over enkele decennia voor een derde zal bestaan uit, zo hij hoopt, novogeronten. Nog niet eerder in de geschiedenis van de mens is dit het geval geweest. Sipsma sloot met zijn betoog daarmee mooi aan op prof. Baars' lezing en bood er een soort van vervolg op. Een deel van zijn betoog baseerde hij op het 'geromem', het 'meem' dat onze kijk op de oudere mens bevat. Memen zijn de door Richard Dawkins (één van mijn 'literair evolutionaire helden') geopperde cognitieve tegenhangers van genen. Net zoals genen bevatten ze informatie, maar dan niet gericht op de synthese van eiwitten, maar denkbeelden, die van brein tot brein overgaan en in dat proces aan verandering onderhevig zijn. Aldus kunnen memen, net als genen in een evolutionair proces veranderen t.g.v. hun omgeving. Nu zijn er, naar mijn bescheiden mening, grondige kritieken geschreven op Dawkins' idee (zie bijv werken van Mary Midgley als 'Mens, Moraal & Vrijheid' en 'Science and society'), maar dat doet aan de uiteenzetting van Sipsma weinig af. De louter negatieve kijk op de veroudering moet met passende rationaliteit bekeken worden. Een duidelijk voorbeeld ligt op het gebied van de intelligentie: de 'fluid' intelligence, het vermogen om snel nieuwe informatie te verwerken neemt mettertijd af, maar de 'crystallized' intelligence, het vermogen om patronen en verbanden te herkennen is niet, of veel minder aan deze achteruitgang onderhevig. (iets soortgelijks blogde ik eerder over Bertrand Russell). Voltaire, een ander voorbeeld aangehaald door Sipsma en één van de filosofische hoofdfiguren van de Verlichting schreef zijn hoofdwerk pas na zijn 60e! In de toekomst dient veel meer gebruik gemaakt te worden van onder andere deze kwaliteit van de (toekomstige) 'homo senex vitalis', de vitale oudere mens, al dan niet bijgestaan door nieuwe heupen, polsen en wat dies meer zij, zich zo omtoverend in de 'homo senex prostheticus'. Grappend citeerde hij op z'n Goois: 'er is heup!' Sipsma sluit af met de 'Ars Geriatrica', de kunst van het ouder worden, die volgens hem moet streven naar 'compressie van morbiditeit en invaliditeit' in de laatste levensfase, maar ook ruimte moet bieden aan de afronding van het bestaan, zodat het op waardige wijze kan worden afgerond.

Een leuke bijkomstigheid: Op het weblog van prof. F. de Lange gaat het nieuwste artikel over het 'pamfletje', zoals Sipsma het zelf noemde: 'van oude mensen, de dingen die gaan komen'. Aangezien Sipsma aan het einde van zijn boek de vloer aan schijnt te vegen met Intelligent Design en Cees Dekker, denk ik dat het binnenkort zeker in mijn boekenkast te vinden zal zijn.

Hekkensluiter van het middagprogramma was drs. Kwadijk, algemeen directeur van de St. Maartengroep met de lezing 'Beeld van het verpleeghuis en de organistaie van de ouderenzorg in 2020'.

Dat de ouderenzorg voor problemen staat zal niemand ontgaan zijn en Kwadijk zette het beleid dat gevoerd dient te worden in deze veranderende omgeving duidelijk uiteen. Het organisatorisch proces dat ten grondslag ligt aan deze verandering is principieel anders dan 'voorheen', alleen al omdat de overheid streeft naar gereguleerde marktwerking. Andere aspecten van de verandering worden gevormd door veranderde financieringsvormen (zoals de ZZP's en PGB's), de overgang van sociale zekerheid naar op maat gesneden verzekeringspolissen, een vergroting van de rol van de thuiszorg, het wegvallen van verpleeg- en verzorgingshuizen (extramuralisering), een toenemende toezicht op kwaliteit van zorg, waarbij meten van clienttevredenheid een belangrijk issue is (kiesbeter.nl!) een veranderende zorgvraag vanuit een meer heterogene groep geriatrische zorgvragers en last, but certainly not least, een krimpende arbeidsmarkt.

Ook de gevolgen van de invoering van de WMO en het aanhoudend fuseren van instelling (met als doel het versterken van de machtspositie, het vergroten van efficiency en vergroting van innovatiekracht) passeerden de revue. Instellingen worden daarmee in een spagaat gedwongen die enerzijds 'leven met de dag' nodig maakt, vanwege financiële krapte, maar aan de andere kant een beleid voor de lange termijn, waarin winstgevend werken onmisbaar gaat worden.

Cliëntgericht werken gaat ook veranderen volgens Kwadijk. Virtuele technieken en domotica gaan hierin een belangrijke plaats innemen, maar de vraag naar écht cliëntgericht werken zal ook toenemen, er dient plaats te zijn voor 'even stilstaan bij de dingen die gebeuren, en levensbeschouwing. 'De zusters zijn zo lief en lopen zich de benen uit het lijf' dient hiervoor het veld te ruimen.

Het toekomstbeeld van Kwadijk zou Florence Nightingale op één bepaald punt als muziek in de oren hebben geklonken. Het verpleeghuis zal, volgens Kwadijk, in 2020 niet meer bestaan zoals wij dat nu kennen. Deze zullen zijn vervangen door (regionale) expertisecentra, waarin plaats is voor tijdelijke verpleging en behandeling. Ook zal er eerste lijnszorg aanwezig zijn, waarmee een nauwe samenwerking voor de thuiszorg gerealiseerd dient te worden. Ketenzorg en transmuralisering zijn daarbij sleutel begrippen. Nightingale had het dus bij het goede eind toen ze, zo'n 150 jaar geleden schreef:
"..the ultimate destination of all nursing is the nursing of the sick in their own home... I look to the abolition of all hospitals and workhouse infirmaries. But it is no use to talk about the year 2000" -Florence Nightingale
Al met al geen gekke schatting vanuit een tijd waarin de mestvaalt nog naast de deur lag!

Kortom: het was een bijzonder leerzame, leuke en boeiende dag. En dat voor 25 schamele euro's! Als de komende congressen en conferenties van een vergelijkbaar niveau zijn, wordt het een top congresjaar.

dr. G.J. van Hoytemastichting: bedankt!

p.s. Wat ik bij de toespraak van prof. dr. Baars aangaf over de mogelijheid tot bestelling van een kopie van zijn lezing voor Saxionstudenten, geldt ook voor de overige sprekers van het lustrumcongres, voor zover hun lezingen zijn opgenomen in de syllabus. Laat hiervoor een reactie achter op het blog.

donderdag 18 september 2008

Pim van Lommel in Nursing

Een tijd terug kreeg ik via mijn ouders het boek 'oneindig bewustzijn' van Pim van Lommel te lezen. Van Lommel, die bijna dertig jaar als cardioloog heeft gewerkt, is onlangs in de belangstelling gekomen na publicatie van dit boek, waarvan de volledige titel 'Eindeloos bewustzijn; een wetenschappelijk visie op de bijna-dood ervaring' luidt.

De titel van zijn boek geeft direct de spagaat aan waarin van Lommel zich heeft begeven, want de kritiek op zijn boek is niet mals.
Zo heeft Dick Swaab (neuroloog) en plein public voor de TV verklaard dat het voorkomen van het woord 'wetenschappelijk' in de ondertitel misleidend is.
In de Nursing van juli/augustus van dit jaar prijkt een artikel van drieëneenhalve pagina waarin Lommel uiteenzet over de bijna dood ervaring (BDE). Van Lommel heeft op dit gebied vrij baanbrekend onderzoek uitgevoerd, dat in 2001 resulteerde in een publicatie in het gerenommeerde tijdschrift The Lancet.

Om de ervaring van een BDE kunnen mensen niet heen. Beschrijvingen van de gevoelens doorkruisen leeftijdsgroepen, religie en culturele achtergrond. Het artikel in Nursing roept op tot verpleegkundig begrip voor mensen met een BDE. Hier lijkt mij natuurlijk helemaal niets mis mee. 'Feelings are facts', zo plachtte de docent Relationele Vaardigheden in mijn eerste en tweede jaar van de opleiding menigmaal in onze hersenpannen te verzinken.

So far so good. Van Lommel gaat in het artikel in Nursing het boekje van de BDE niet te buiten. Het boek dat echter aangeraden wordt ter verdieping, niet geheel onverwacht zijn eigen boek, is van een heel ander laken een pak. Naast de beschrijving en bevindingen van en uit zijn onderzoek gaat van Lommel aan de haal met ons bewustzijn en zoekt er een verklaring voor waarin zaken als genetica, geheugen en quantummechanica een belangrijke rol spelen. Nu gaat bij het aanhalen van deze wonderlinge wetenschapen bij mij meestal het alarmlicht op rood en ik kan niet ontkennen zijn boek op veel punten wel erg onwetenschappelijk te vinden, wat betreft de kijk op het bewustzijn. Mensen aanraden om zich in te lezen op het gebied van wat hen is overkomen is mijns inziens meestal een goede zaak.

Maar laten we wel het kaf van het koren blijven scheiden! Zoals bijvoorbeeld Gert Korthof op zijn blog heeft gedaan in een uitgebreide en meerdelige bespreking van het boek, onder de titel, 'fouten in het boek van van Lommel'. Ook zijn er twee gastbrijgen van Martin van Staveren (fysicus) aangeleverd. (Het blog van Korthof is trouwens van harte aan te raden voor iedereen die zich interesseert in filosofie, biologie en evolutie)

Het boek van van Lommel heeft voor mij in ieder geval geen meerwaarde gehad, of mijn ideeën over bewustzijn veranderd. Niettemin zal ik de cliënt die over een BDE spreekt natuurlijk respectvol benaderen. Maar dat spreekt voor zich. Toch? Niet helemaal, zo blijkt uit de verklaringen van mensen die verpleegd werden na het doormaken van een BDE in het artikel in Nursing. En dan dient de verpleegkundige weer bij z'n leest te blijven naar mijn idee.

Hieronder zijn in chronologische volgorde de blogberichten van Gert Korthof en Martin van Staveren te vinden m.b.t. het boek van van Lommel. Serieuze en zware kost, maar zeker de moeite waard:
31 december 2007 Fouten in het boek van Pim van Lommel (1)
4 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (2)
7 januari 2008 Pim van Lommel en kwantummechanica
8 januari 2008 Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn
10 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (3)
21 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (4)
25 januari 2008 Fouten in het boek van Pim van Lommel (5)
Bronvermelding:
Douma, L (2008): Zweven tussen dood en leven. Nursing juli/augustus p.36-39

Lommel P van (2007): Eindeloos bewustzijn; een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. Kampen: Ten Have

Lommel P van et al. (2001): Near-death experience in survivors of cardiac arrest; a propective study in the Netherlands. The Lancet vol. 358 p. 2039

woensdag 17 september 2008

Het recht om waardig te sterven

Een tijd geleden heb ik, in navolging van het lezen van 'lessen voor levenden; gesprekken met stervenden' van Elisabeth Kübler-Ross het boek 'Het recht om waardig te sterven' van David Kessler gekocht. Gisteren heb ik het weer van de plank gepakt. Kessler was een student van Kübler-Ross en draagt haar werk verder. In zijn werk als huisarts is Kessler zeer regelmatig in aanraking gekomen met stervende mensen. Hierbij stuitte hij op allerlei vooroordelen en misconcepties over de dood en het sterven. Om mensen te leren met het sterven om te gaan heeft hij een aantal rechten van stervenden uiteengezet:
1. Het recht om als een levend mens behandeld te worden.

2. Het recht om de hoop niet te verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

3. Het recht om verzorgd te worden door mensen die de hoop niet verliezen, ook al verandert het perspectief van die hoop.

4. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over de dood.

5. Het recht om betrokken te worden bij elke beslissing over je behandeling en verzorging.

6. Het recht om verzorgd te worden door belangstellende, gevoelige, kundige mensen die proberen te begrijpen waar je behoefte aan hebt.

7. Het recht op medische behandeling, ook wanneer het doel niet langer genezing is maar bestrijding van ongemak

8. Het recht om op elke vraag een eerlijk en volledig antwoord te krijgen

9. Het recht om te zoeken naar spiritualiteit

10. Het recht om vrij te zijn van lichamelijke pijn

11. Het recht om op je eigen manier uiting te geven aan gedachten en gevoelens over pijn

12. Het recht om kinderen bij de dood te betrekken

13. Het recht om het stervensproces te begrijpen

14. Het recht om te sterven

15. Het recht om rustig en waardig te sterven

16. Het recht om niet alleen te sterven

17. Het recht om te verwachten dat het lichaam als tempel van de ziel ook na de dood gerespecteerd wordt
Binnenkort zal ik op het blog een bespreking van het boek posten. Ik wil deze blogpost graag afsluiten met een citaat van Kübler-Ross, dat te vinden is aan het eind van hoofdstuk 1. Na een herseninfarct en een heupfractuur is zij zelf beland in het stadium waar ze haar werkende leven aan heeft gegeven; 'het laatste stadium van innerlijke groei'. Kessler komt bij haar op bezoek en stelt haar de vraag of ze advies heeft bij het schrijven van zijn boek over de rechten van stervenden. Haar antwoord:
"Als we ons maar zouden realiseren dat we levende mensen goed moeten behandelen, zouden we niet stil hoeven staan bij de rechten van stervende mensen"
Bron:
Kessler, David (1998): Het recht om waardig te sterven. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes

woensdag 3 september 2008

Verplichte kost: Peter Singer's 'Tussen dood en leven'

Om maar met de deur in huis te vallen: dit boek is schokkend. Singer schrijft zelf:
Veel mensen zullen de ideeën zo schokkend vinden dat zij die niet eens serieus kunnen nemen. (pag. 175)
Dit geldt voor de gedachten van Singer in het algemeen; zo werd een Duitse conferentie waarop hij zou spreken vlak van te voren afgelast: er werd protest aangetekend door mensen die in zijn ideeën de zo gevreesde Nazi praktijk terug dachten te zien.

Voor velen zal het boek op z'n minst baanbrekend zijn. Even geleden blogde ik al over het boek, dat ik tijdens een prettig verblijf in de belgische Ardennen soldaat had gemaakt, met de belofte een kleine bespreking ervan te doen.

Bij deze dus:

Peter Singer's 'Tussen dood en leven; de teloorgang van onze traditionele ethiek'.

Maar allereerst een weinig informatie over de auteur Peter Singer(1946): De in Australië geboren filosoof studeerde in 1967 (cum laude) af aan de universiteit van Melbourne, waar hij twee jaar later zijn Masters degree haalde. Tegenwoordig is hij professor aan de Princeton universiteit in de VS. Singer heeft een flinke waslijst aan boeken en artikelen geschreven, waarin hij zijn utilitaristische standpunten uiteen zet. Zo ook in 'Tussen dood en leven'.

Singer bindt in negen hoofdstukken, opgedeeld in drie delen de strijd aan met enkele van onze diepste overtuigingen en normen en waarden, daarbij voor de Nederlands sprekende wereldbevolking geholpen met een vertaling door Mieke Maassen.

Het eerste deel 'een twijfelachtig einde' is een bespreking van de hedendaagse opvatting van de dood en de problemen die er bij zijn ontstaan. Wanneer is iemand 'dood'? Ook maakt hij een begin van de uiteenzetting van de vraag: kunnen we op basis van kwaliteit van leven overwegingen maken over het in laten treden van de dood? Met heftige casuïstieken schets Singer de in zijn ogen scheefgegroeide samengang van oude ethische waarden en nieuwe technologie.

In het tweede deel 'afbrokkelende waarden', wordt de 'heiligheid van het leven' door Singer verder aan de tand gevoeld. Hij behandelt ook de vraag 'wanneer begint (menselijk) leven'? En 'mogen we dit weghalen?' (abortus) En zo ja: 'wanneer kan dit wel en wanneer niet meer?'. Voor- en tegenstanders van abortus (resp. de pro-choice en de pro life beweging) krijgen links en rechts om de oren, vanwege hun halfslachtige en eenzijdige denkwijzen op dit gebied. Het duidelijkst komt dit naar voren in het syllogisme dat Singer voorstelt als formele beredenering van het anti-abortusstandpunt (pag. 98):
1. Een onschuldig menselijk leven mag niet worden beëindigd
2. De ongeboren vrucht is vanaf het moment van bevruchting onschuldig, menselijk en levend.

conclusie: Het leven van de ongeboren vrucht mag niet worden beëindigd. (en abortus dient verboden te worden)
Formeel gezien is deze redenering geldig. (met een kleine aanpassing zou ook het vraagstuk rondom euthanasie uit kunnen worden gebeeld) Als premisse 1 en 2 waar zijn, dan is de conclusie correct. Willen we de conclusie (abortus mag niet) verwerpen, dan zal minimaal één van de twee premisses verworpen moeten worden. Volgens Singer valt de pro-choice beweging doorgaans de tweede premisse aan, door te betuigen dat de ongeboren vrucht niet zo levend of menselijk is als en geboren vrucht. Deze redenatie wordt met verve door Singer ondermijnd, steunend op de uiteenzettingen van de voorgaande hoofdstukken.

In plaats daarvan stelt hij voor om de eerste premisse te verwerpen, hetgeen er op neer komt dat Singer stelt dat 'levend zijn' niet genoeg ethische waarde bezit om zonder meer in leven te worden gehouden.

De rest van deel II besteedt hij aan het uiteenzetten van 'oordelen op grond van kwaliteit van leven', waarbij de voor Singer onaanvaardbare scheidslijn tussen niet-behandelen, of behandelen gericht op het sterven (kort door de bocht: palliatieve sedatie waarbij levensverkorting optreedt) en actieve veroorzaking van de dood (euthanasie, hulp bij zelfdoding) aan de orde wordt gesteld. In hoofdstuk 7 'Sterven op verzoek', komt Nederland veel aan de orde, gezien de vooruitstrevende kijk op euthanasie.

Bottom line is dat de kwantiteit van het leven (het wel of niet in leven zijn) heeft dus afgedaan voor Singer om ethische beslissingen op te baseren.

Deel III, dat uit één hoofdstuk bestaat genaamd 'In plaats van de oude ethiek', is feitelijk een voorstel voor verwerping van de halfslachtige gedachten over dood en leven en de beschermwaardige heiligheid ervan. Singer stelt vijf nieuwe 'geboden' voor, waarbij vijf oude de prullenmand in moeten:
eerste oude gebod: Behandel elk menselijk leven gelijkwaardig
eerste nieuwe gebod: Erken verschillen in de waarde van menselijk leven
Het eerste nieuwe gebod stelt dus de kwaliteit van leven boven de aanwezigheid (kwantiteit) van leven. Het is beter voor sommige mensen om te sterven, gezien hun vooruitzichten.
Tweede oude gebod: Maak nooit doelbewust een eind aan onschuldig menselijk leven
Tweede nieuwe gebod: Neem verantwoordelijkheid voor de consequenties van uw beslissingen
Het tweede nieuwe gebod is gericht op de tweeslachtigheid van het verschil tussen 'afzien van behandeling' en 'euthanasie'. We dienen in te zien dat beslissingen van leven en dood ook genomen worden bij de bepaling om 'niet te behandelen', of wanner versterving van een mens (al dan niet een persoon) als hoofddoel van de behandeling wordt gezien. We beëindigen in beide gevallen een leven. Maar het tweede nieuwe gebod gaat verder dan alleen de artsenpraktijk, zoals bij de bespreking van het vierde gebod duidelijk zal worden.
Derde oude gebod: Maak geen eind aan uw eigen leven en probeer altijd te voorkomen dat anderen een eind aan hún leven maken.
Derde nieuwe gebod: Respecteer iemands wens om te leven of te sterven
Dit behoeft weinig toelichting behalve dan een verwijzing naar de praktijken van dr. Jack Kevorkian (pag. 126 e.v.) in Michigan, die een pionier was op het gebied van hulp bij zelfdoding van zeer ernstig zieke personen. Hierbij werd hij gedwongen zich te behelpen in laadruimtes van bestelauto's, ondanks dat hulp bij zelfdoding niet wettelijk strafbaar was in die tijd in Michigan.
Vierde oude gebod: Weest vruchtbaar en wordt talrijk
Vierde nieuwe gebod: breng alleen gewenste kinderen ter wereld

Dit gebod is naar mijn een voortvloeisel van het eerste en het tweede gebod. Singer neemt voor de uiteenzetting van het vierde gebod ook de huidige wereldbevolking en diens beslaglegging op het milieu mee; het is onethisch om vanuit de tegenwoordige bevolkingsgroei en masse voort te planten, aangezien we daarmee onherroepelijk een beslissing nemen over een ander deel van de wereldbevolking, waarbij we de consequenties van ons handelen moeten aanvaarden en meenemen in onze ethische overweging.
Vijfde oude gebod: Menselijk leven is meer waarde dan niet menselijk leven
Vijfde nieuwe gebod: maak geen onderscheid op basis van soort.
Kwaliteit van leven staat voor Singer op een belangrijke plaats, zo hebben we gezien. Een ander belangrijk onderdeel van zijn filosofie is de 'persoon', zoals hierboven beschreven in de definitie van Locke. We weten dat bepaalde mensen door beschadiging van de hersenen minder 'persoon' zijn dan bijvoorbeeld een aap of een varken. Aan het begin van hoofdstuk acht beschrijft Singer dit (enigszins indirect) bijzonder duidelijk en indringend met de schets van een bepaalde levensgemeenschap. (ik zal de clou niet verklappen).
Door de eeuwen heen zijn enkele basisovertuigingen van de (westerse) mensheid hopeloos verouderd geraakt: niemand zal met zinnigheid beweren dat de aarde het middelpunt van het zonnestelsel of het heelal is. Niemand zal met zinnigheid beweren dat het houden van slaven of het minderwaardig behandelen van vrouwen of anders gekleurden niet verwerpelijk is. Toch waren het ooit vaste onderdelen van ons gedachtengoed. In het rijtje slaaf, vrouw, kleurling wil Singer dus ook 'soort' opnemen. (Singer staat ook bekend om zijn in 1975 verschenen boek 'Animal Liberation', waarin hij de strijd aanbindt met de vaak verwerpelijk behandeling van dieren in bijvoorbeeld de bio-industrie. Het moge duidelijk zijn dat Singer een sterk vegetarisch dieet voorstaat, iets waar ondergetekende zich volledig in kan vinden)

Een groot deel van het boek is dus vrij polemisch. Oude ethische pijlers, zoals de 'heiligheid van het menselijk leven' worden door Singer scherp op de korrel genomen. Hij doet dit aan de hand van enkele zeer schrijnende voorbeelden uit de medische praktijk, waarbij vragen van leven en dood door bijzonder tegenstrijdige gedachten en onder mensonterende omstandigheden beantwoord (moeten) worden. En laat gezegd zijn: lang niet altijd met bevredigend resultaat, dankzij feitelijk halfslachtige wetgeving, gebouwd op achterhaalde ethische principes. Aldus Singer. Singer's boek moet naar mijn idee gezien worden in de context van de voortschrijdende (medische) techniek en maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste decennia. Aan beide zijde van het leven heeft de mens een gigantische invloed weten te scheppen: de levenverwachting is de laatste eeuw spectaculair gestegen (we worden stokoud) en de levensvatbaarheid van prematuren is rond een leeftijd van 26 weken tegenwoordig behoorlijk te noemen. Met hetzelfde spreekwoordelijke 'gemak' kunnen we echter ook embryo's en foetussen aborteren en zeer zieke mensen ter dood brengen. Maar ook zijn we in staat om hersendode of diep comateuze mensen volledig kunstmatig in leven te houden. Jaren lang. De door Singer als belangrijke pijler geziene definitie van 'een persoon', zoals beschreven door de filosoof John Locke is voor hem van groot belang.
"Een denkend, intelligent wezen met het vermogen tot redelijk denken, dat in staat is zichzelf als zichzelf te ien, als datzelfde denkende wezen op verschillende tijdstippen en plaatsen" (pag. 152)
Maar ook beslissingen die snel genomen moeten worden maken onderdeel van de ethische kwesties die worden opgeroepen door de medische wetenschap. Op pagina 46 schetst Singer de volgende situatie:
"Een baby met een ernstige hartafwijking moet in het ziekenhuis in leven worden gehouden met behulp van kunstmatige beademing en medicatie. De vooruitzichten zijn hopeloos vanwege de ernst van de hartafwijkingen van de baby, die op die afwijking na kerngezond is.
In een aangrenzend bedje op Intensive Care ligt een andere ernstig zieke baby: een aantal afwijkende bloedvaten in zijn hersenen waren gesprongen, waardoor de hersenschors compleet beschadigd is geraakt. De hersenstam echter functioneerde nog gedeeltelijk, waardoor de baby met behulp van beademingsapparatuur in leven kon worden gehouden en er van een hersendoodverklaring geen sprake kon zijn. In het ene bedje ligt dus een gezonde baby met een ernstige hartafwijking en in het ander bedje een baby waarvan de hersenschors dood was, maar het hart normaal functioneerde. Ze hebben dezelfde bloedgroep, waardoor transplantatie (weer een medisch-technologische vooruitgang) goede vooruitzichten kent.
Korte tijd later zijn beide baby's echter dood, zonder dat men iets heeft kunnen doen. Dit in verband met de wetgeving, die verbiedt dat het hart getransplanteerd wordt naar de 'gezonde' baby met hartafwijking.
"
Voor utilitarist Singer is dit natuurlijk een stevige trap tegen het zere been. De gehanteerde waarden en normen in bovenstaande casus zorgen voor een uitkomst waarin alles voor niets is, terwijl één van de baby's, dankzij de hedendaagse medische technologie had kunnen worden gered.

Naar mijn idee levert Singer in 'tussen dood en leven' vrij solide argumenten voor instrumenten om de vragen van vandaag en morgen te beantwoorden. Vragen waar we, gezien de vooruitzicht van bijvoorbeeld het voorkomen van Alzheimer en het verregaand in leven kunnen houden van oude personen antwoorden op zullen moeten vinden, als we kwaliteit van leven als speerpunt van onze ethische besluiten willen blijven hanteren, hetgeen volgens Singer dus het enige werkbare aspect is van leven om ethische beslissing op te baseren. 'Tussen dood en leven', in feite al een enigszins oud boek, blijft een bijzonder actueel boek, dat naar mijn idee gemeengoed zou moeten zijn in de boekenkasten van iedereen die zich bezighoudt met leven en dood.
Bron:
Singer, Peter (1997): Tussen dood en leven; de teloorgang van onze traditionele ethiek. Utrecht: Jan van Arkel. ISBN: 90 6224 377 0

zondag 31 augustus 2008

Congres: Het einde van de ouderenzorg?

Via de blogroll onderaan de zijbalk op VGG Actueel! kwam ik op de aankondiging van het congres: het einde van de ouderenzorg? dat op 4 november gehouden zal worden in Ede.
Meestal zijn dergelijke bijeenkomsten schreeuwend duur, maar desondanks besloot ik toch even te kijken op de website http://www.ouderenzorgcongres.nl/. Het blijkt dat het initiatief ligt bij tijdschrift Geron. Tijdens het congres willen de organisatoren de volgende vragen (en antwoorden erop) onder de aandacht brengen:

Zien wij ons gedwongen om terug te keren naar de doe-het-zelf-samenleving?
Sluit de politiek wel aan bij wat onder ouderen en in de zorg- en welzijnssector leeft?
Houden we niet een veel te positief verhaal over ouderen en de ouderenzorg?
Wordt het geen tijd dat ouderen zich zelf veel meer met zorg voor hen gaan bemoeien?
Is een grote systeemwijziging in de zorg noodzakelijk?
Hoe verhouden de inmiddels al wat sleets geraakte begrippen ‘markt’ en ’samenwerking’ in de ouderenzorg zich tot elkaar?
Lijden we aan een vertrouwensprobleem in de dienstensector?
Geven we de hulpverlener wel voldoende vertrouwen om hulpverlener te kunnen zijn?

Inderdaad blijkt het congres behoorlijk prijzig te zijn vanuit de gemiddelde studentenpositie: 235 euro's. Maar dankzij Stichting Woonzorg Nederland en Stichting Sluyterman Van Loo is dat bedrag voor studenten gereduceerd tot 75 euro!

vrijdag 11 juli 2008

Kwok, de zorg en Wittgenstein

Evert Kwok, pseudoniem van Tjarko Evenboer, is de maker van een serie cartoons met gortdroge en absurde humor. Klik hier voor zijn site. Deze wilde ik u niet onthouden:


Denk, voor een veilige omgeving, ook aan het droogmaken van de douche na gebruik. Kwok geeft instructie:


Naast dat het natuurlijk bijzonder vermakelijke cartoons zijn, ligt er onder humoristische oppervlakte meer dan een aansprak op het gevoel voor humor: In feite tonen de cartoons een belangrijk punt van taal aan: Het begrip ervan is contextafhankelijk. Met andere woorden: let op je woorden en weet wat je schrijft en zegt. Wat in het ene geval 'waar' is, zal in het andere geval 'onzin' vormen. (ik denk dat daar een groot deel van de humor in bovenstaande cartoons in zit)
Taal is een krachtig hulpmiddel, dat ons echter met grote beperkingen opzadelt, als we Wittgenstein mogen geloven:
"Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt."
-Ludwig Wittgenstein
"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld."

zaterdag 28 juni 2008

Een ethische blik op 'Verzorgend Wassen'.

Bij het maken van VGG Krant 3 kwam ik het Tijdschrift voor Verpleegkundigen een artikel tegen getiteld 'Verzorgend Wassen'. Ik had wel gehoord van een kleine hype over deze mogelijke innovatie. Het is geschreven door dr. Michel Jansen, die o.a. docent ethiek en filosofie aan masteropleidingen Verpleegkunde is.

Zorg voor Beter stelt het artikel beschikbaar via hun website.

Om te beginnen is dit een interessant artikel vanwege het feit dat het ons laat nadenken (dat hoop ik tenminste) over de implicaties van het wassen van een client. Jansen houdt hierbij in zijn artikel een sterk clientgerichte visie aan naar mijn idee.

Daarnaast is het een gefundeerde kijk op het begrip 'innovatie' en 'kwaliteit van zorg'. Ik denk dat Jansen en Zorg voor Beter (dat een grote impuls aan het wassen zonder water wil geven middels hun project 'verzorgend wassen') op bepaalde punten lijnrecht tegenover elkaar staan.

Intentie
In de intentie van een handeling zien we de wil die er achter zit en het beoogde doel. Het is de deontologische Kant van de kwestie. Op dit gebied kunnen we van de kant van Zorg voor Beter het volgende lezen:
"De langdurende zorg in Nederland staat de komende decennia voor de uitdaging voldoende goede zorg te blijven leveren. Het aantal zorgvragers neemt immers toe en het aantal zorgverleners stijgt niet. Door nu slimmer en efficiënter te werken kunnen zorgorganisaties ook in de toekomst blijven voldoen aan de stijgende zorgvraag."

De techniek van verzorgend wassen is het middel om het doel van voldoen aan de stijgende zorgvraag te behalen. Het kost minder tijd en dat levert dan weer de mogelijkheid om die tijd aan andere zaken te besteden, zoals een gesprek met de client. Ook geven ze aan dat het een verlichting van belasting betekent en decubitus en smetten vermindert. (zonder hierbij overigens bronnen te melden). Ze stellen dat het vaak gezien wordt als een revolutionaire innovatie. Jansen wil deze huid echter niet verkopen voordat de beer geschoten is:
"Technisch gezien is WZW (wassen zonder water, red.) zeker innovatief te noemen. Het voorkomt overbelasting van de zorgverlener. Ook de te verwachten gezondheidswinst voor patiënt en verzorger (huidconditie en bescherming tegen gevaarlijke stoffen) lijkt me reëel. Maar levert het ook innovatieve zórg op? Daarvoor zou dit project moeten leiden tot een andere bejegening, tot een andere zorghouding, tot een andere en betere positie van de patiënt in het zorgproces."

En hierin schuilt een heel andere intentie naar mijn idee, waarbij de positie van de client een heet hangijzer is. We vinden echter geen duidelijke aanwijzingen dat Wassen zonder Water op de door Jansen genoemde punten ook daadwerkelijk 'revolutionair' is. Gepaste terughoudendheid lijkt geboden.

Handeling
Het verzorgend wassen biedt als handeling een aantal voordelen, waarbij de reductie in tijd als meest in het oog springend wordt genoemd, door meerdere bronnen. Een onderzoek naar wassen zonder water door Zweerts in 2004 (waarvan ikzelf geen exemplaar heb, of kan vinden) geeft aan dat er zo'n 40% minder tijd nodig is voor een wasbeurt m.b.v. de techniek. (van de Poel, 2005) Ook blijkt de handeling zelf minder belasting op te leveren voor de zorgverleners. (Knibbe et al, 2005)

Maar waar is de client? De handeling van het wassen is volgens Jansen in ieder geval niet iets waar we lichtvoetig over moeten denken:
"Ten eerste treed je als vreemde binnen in de intimiteit van iemands lichaam. Als je je dat niet bewust bent of daarin grof te werk gaat, kan wassen zelfs lijken op een vorm van verkrachting. Ten tweede moet je het durven om de hygiënische verzorging af te stemmen op de behoeften en gewoonten van een patiënt en niet op zogenoemde algemeen geldende normen voor hygiëne."

In deze gedachte is het wassen een uiterst gevoelige situatie, die de gemiddelde helpende, verzorgende of verpleegkundige vele malen zal meemaken. Als in de praktijk blijkt dat de handeling van verzorgend wassen voornamelijk invloed heeft op de tijd die het wassen kost vraag ik me inderdaad af of verzorgend wassen zomaar kan worden gezien als een revolutionaire innovatie. Ook de informatie die Zorg voor Beter op haar website biedt lijkt niet aan te geven dat er een grote ommezwaai in plaatsvindt op de door Jansen genoemde punten.

Gevolgen
De gevolgen van (het invoeren van) zerzorgend wassen zijn divers. Ik noemde al de gemelde invloed op bijvoorbeeld decubitus. Het rapport van Locomotion over Wassen zonder Water Meldt overigens niet dat dit zonder meer gesteld kan worden. Wel geven ze aan dat er in de literatuur wordt vermeld dat de kans op kruisbesmetting en weerstand en spanning tijdens het wassen verlagen.
Een ander gevolg is de reductie in tijd, kosten en materieel. Op de website van Nursing lezen we het commentaar van een enthousiaste manager van Ziekenhuis Amstelland dat sinds 1 februari al zijn patienten wast volgens de revolutionaire innovatie:
"Als we de kosten echt op een rijtje zetten, dan zien we een besparing van € 3,71. per patiënt."

Helaas zijn de resultaten van de bij innovatie in het oog springende, clientgerichte aspecten minder precies te vinden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er bij de gevolgen van het verzorgend wassen vooral naar de managementkant van de zaak wordt gekeken. De aspecten die de client direct raken, zoals verlaging van de kans op kruisbesmetting t.o.v. het 'waskomwassen', is naar mijn idee niet of minder op de thuiszorg van toepassing en het is maar de vraag of de gerealiseerde tijdswinst ook daadwerkelijk ten goede komt van de client. Tijd alleen geeft geen garantie voor kwaliteitszorg, aldus Jansen.
De potentie die aanwezig is in het bevorderen van de hygiene als gevolg van het afschaffen van het waskomwassen lijkt me niet misselijk. (maar dit tegenargument voor waskomwassen is niet direct een argument voor verzorgend wassen mijns inziens)
Aangezien de gevolgen van het invoeren van verzorgend wassen als behoorlijk omvangrijk worden bestempeld, lijkt het me wenselijk dat de invloed op de client en diens autonomie goed bestudeerd wordt.

Situatie
Het is druk in de zorg! Dat is duidelijk. En de aanlokkelijkheid van de tijdswinst bij verzorgend wassen is dan ook groot. De vraag is naar mijn idee echter of het hierbij dan niet gaat draaien om symptoombestrijding; zijn er geen andere, minder ingrijpende manieren om hygiene te bevorderen?
Met betrekking tot de ontwikkeling van het beroep van verpleegkundige denk ik dat de situatie van 'de wasbeurt' een gebied is waarop de verpleegkunde zich (sterk) kan profileren. Het 'menszijn' ligt bij een wasbeurt vaak letterlijk en figuurlijk bloot en bevordering van dit menszijn door verpleegkundig handelen is zeer fundamenteel in de verpleegkundige ethiek. (van der Arend, Gastmans, 2002) De ogenschijnlijk zo 'gewone' handeling van het wassen van een client is een bijzonder boeiend en belangrijk aspect in het verhogen van de menswaardigheid door verpleegkundig handelen en het raakt in veel opzicht de kern van het beroep, wanneer we iemand wassen. Deze aspecten worden echter niet, of te weinig aangesneden in de geboden informatie van Zorg voor Beter.

Concluderend denk ik dat het verzorgend wassen potentie heeft, al zullen we de ethische kant van de zaak absoluut niet uit het oog mogen verliezen omwille van de heilige graal van tijdswinst.
Het aspect van de vermindering van belasting van zorgverleners is iets dat wel weer zeer spreekt voor een duidelijke kijk op het verzorgend wassen en de mogelijkheden ervan zoveel mogelijk te benutten. Maar laten we vooralsnog niet als een bok op de haverkist springen.

Bronnen:
Arend A van der, Gastmans C. (2002) Ethisch zorg verlenen; handboek voor de verpleegkundige beroepen. Baarn: HB Uitgevers

Jansen M (2008): Verzorgend wassen. TvZ Tijdschrift voor Verpleegkundigen nr. 4 2008 pag. 24-25

Knibbe H, Geuze L, Knibbe N. (2005): Ergonomische Aspecten van Wassen-zonder-Water voor Zorgverleners. Bennekom: LOCOmotion

Poel P van de (2005): Waskom verleden tijd? Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie jaargang 24, nummer 4, augustus 2005

Zweerts B (2004): Weg met de waskom. Nursing nr. 2, 2004

donderdag 12 juni 2008

Ethiek en de gerontologisch geriatrische verpleegkunde

Vanuit een interesse voor filosofie en ethiek kwam ik een tijdje geleden terecht op het document 'goed oud worden' door Frits de Lange, zoals jullie eerder al konden lezen op het blog. Het artikel inspireerde me om er een beroepsproduct op te baseren en er een verslag over te schrijven aan de hand van het stappenplan voor een ethische reflectie.

Het resultaat vind je hier: 'Ethiek en de gerontologisch geriatrische verpleegkunde'

voor meer informatie over de ethische reflectie of een gelijkend stappenplan zie:

Bolt, LLE et al. (2005): Ethiek in praktijk. Assen: Koninklijke van Gorcum

zaterdag 17 mei 2008

Fixeer de fixatie...

In de Nederlandse gezondheidszorg is de laatste tijd het nodige gaande geweest rondom de de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Op 25 mei 2007 is het rapport van de derde evaluatie van de wet gepubliceerd en daaruit bleek dat de wet ondanks aanpassingen naar aanleiding van eerdere evaluaties niet de gewenste effecten had. Op 12 februari 2008 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wijziging in de wet. Het gaat hierbij o.a. om de mogelijkheid tot gedwongen opname. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Over sterftegevallen als gevolg van fixatie, dat ook onder de wet BOPZ valt, wel. Het AD brengt op 14 mei jl. een artikel uit over twee sterfgevallen die toe te schrijven zijn aan het (foutief?) gebruik van fixatiemiddelen. Na een operatie zijn de slachtoffers gefixeerd, met goedkeuring van de familie. Helaas werd hen dit beiden kort na elkaar noodlottig.

Het LEVV biedt in op hun website de SOTA studie aan. Hierin is in hoofdstuk 4 een literatuurstudie te vinden naar fixatuemiddelen, waaruit blijkt dat er volgens de SOTA onderzoekers geen evidence base bestaat voor fixatiemiddelen, als het gaat om vergroting van de veiligheid van de patiënten.

In het Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde kunnen we online over een beschrijvend onderzoek lezen in 'Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden'. Hierin wordt beschreven hoevaak verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen in aanraking komen met vrijheidsbeperkende middelen (waaronder fixatie valt), welke interventies zij als vrijheidsbeperkend zien, wat zij als redenen hiertoe zien en of ze bekend zijn met de BOPZ. Er zijn hierbij siginificante verschillen tussen de verpleeg- en verzorgingshuisverzorgenden gevonden, waaronder het toepassen van vrijheidsbeperking. Niet alle uitkomsten zijn geruststellend...

Dat middelen en maatregelen niet altijd nodig zijn valt te lezen in: Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Bij de zorggroep heeft een zes maanden durend onderzoek naar de gevolgen van een non-fixatie beleid op een PG afdeling plaatsgevonden;

  • Bewoners vielen vaker dan uit de literatuur verwacht kan worden ( 135x per half jaar tegenover gemiddeld 100 keer volgens de literatuur).
  • De frequente vallers liepen daarbij geen ernstig letsel op
  • De bewoners die de ander valincidenten veroorzaakten vielen slechts een enkele keer
  • Ernstig letsel kwam veel minder vaak voor dan op basis van de literatuur verwacht mag worden: namelijk 1 geval op 135 valincidenten i.p.v. 3-12 botbreuken (volgens de cijfers uit de literatuur bij 135 valincidenten).
  • De gebruikersgroepen zijn erg tevreden over het non-fixatie beleid.
bronnen:

http://www.minvws.nl/dossiers/bopz/default.asp

http://www.minvws.nl/images/ra-bopz_tcm19-147653.pdf

Geenen van R (2008): Vastgebonden patiënten dood. Algemeen Dagblad 14 mei 2007 (http://www.ad.nl/binnenland/2291710/Vastgebonden_patinten_dood.html)

Jongerden, I., Heijnen-Kaales, Y. (2003) State-of-the-Art Studie Verpleging en Verzorging. LEVV, Utrecht (http://www.levv.nl/index.php?id=488)

Het Non-fixatiebeleid, Zorggroep Almere, Polderburen. Zorgvoorbeter.nl 25 maart 2006 (http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/valpreventie/voorbeelden/het-non-fixatiebeleid-zorggroep-almere-polderburen/)

Veer de AJE, Francke AL, Kruif de A: (2007): 'Vrijheidsbeperkende interventies; een inventarisatie onder verzorgenden. Tijdschrift voor verpleeghuisgeneeskunde vol 32. nr. 1 2007 (http://www.nivel.nl/pdf/pvv256.artikelverpleeghuisgeneeskunde.pdf)

woensdag 14 mei 2008

Frits de Lange over 'succesfull aging'

Frits de Lange, hoogleraar ethiek aan de theologische universiteit te Kampen houdt zich bezig met de gerontologische ethiek. Hierover houdt hij ook een blog bij, maar daarnaast zijn er van hem ook een aantal artikelen op internet beschikbaar, waarvan ik 'Goed oud worden' graag onder de aandacht zou willen brengen.

In het artikel neemt Frits de Lange ons mee op een zoektocht door de verschillende visies op succesfull aging, zoals deze te destilleren zijn uit de werken van (grote) filosofen zoals Immanuel Kant. Doel van deze zoektocht is het antwoord op de vraag wat we nodig hebben in onze huidige maatschappij om tot een volwaardige visie op ouder worden te komen: is het 'Zwitserlevengevoel' wel toereikend?

zondag 4 mei 2008

Levensbeëindiging, nieuwe cijfers

Las u gisteren nog over dalende cijfers, nu blijkt uit onderzoek over 2007 dat het aantal meldingen van levensbeëindigende handelingen door artsen in dat jaar (flink) gestegen is ten opzichte van het jaar ervoor; 2120 in 2007, tegenover 1923 in 2006. Dat is een stijging van 10%. Het gaat hierbij om euthanasie, hulp bij zelfdoding of een combinatie daarvan.
De stijging is niet uniform verdeeld over de vijf regio's waarin Nederland is verdeeld en vnl. huisartsen hebben meer melding gemaakt, zo lezen we in het Jaarverslag 2007 van de Regionale Toetsingcommissies Euthanasie, dat u hier in z'n geheel kunt lezen.

Een aanrader.


zaterdag 3 mei 2008

Palliatieve sedatie; een vluchtroute?

Euthanasie is nog steeds een hot item. Onderzoek heeft aangetoond dat het minder voor is gaan komen, terwijl het toepassen van palliatieve sedatie steeds meer voorkomt.
TVV online en nursing publiceerden er een tijdje geleden een artikel over, waarin zij zich mede baseerden op een onderzoek door Judith Rietjens et al. Dit onderzoek is hier te vinden:

Judith Rietjens, Johannes van Delden, Bregje Onwuteaka-Philipsen, Hilde Buiting, Paul van der Maas and Agnes van der Heide: Continuous deep sedation for patients nearing death in the Netherlands: descriptive study

Mocht het daadwerkelijk het geval zijn dat palliatieve sedatie een vervanging gaat vormen voor euthanasie, dan lijkt me dat een zeer kwalijke zaak. De politiek zou hier op moeten reageren, al ben ik bang dat er partijen tussen zitten die zich juist verheugden bij de veranderende cijfers over euthanasie en palliatieve sedatie.

Meer weten over euthanasie en palliatieve sedatie? Kijk hier dan ook eens:

Gillick MR. Terminal sedation: an acceptable exit strategy? Ann Intern Med 2004;141:236-7

Quill TE, Lee BC, Nunn S. Palliative treatments of last resort: choosing the least harmful alternative. University of Pennsylvania Center for Bioethics Assisted Suicide Consensus Panel. Ann Intern Med 2000;132:488-93.

Rousseau P. Existential suffering and palliative sedation: a brief commentary with a proposal for clinical guidelines. Am J Hosp Palliat Care 2001;18:151-3.

Van Delden JJ. Terminal sedation: source of a restless ethical debate. J Med Ethics 2007;33:187-8

Van der Heide A, Onwuteaka-Philipsen BD, Rurup ML, Buiting HM, van Delden JJ, Hanssen-de Wolf JE, et al. End-of-life practices in the Netherlands under the Euthanasia Act. N Engl J Med 2007;356:1957-65.